Verbod op publicatie namen en foto's medewerkers AP

06-11-2025 Print this page
IEPT20191106, Rb Den Haag, Autoriteit Persoonsgegevens

Onrechtmatige publicatie. Vermelding van individuele medewerkers van de AP in de artikelen op website onrechtmatig. Niet gerechtvaardigde inbreuk vormt op hun recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Gedragingen werknemers aan te rekenen aan AP. Werknemers hebben de publiciteit niet zelf gezocht. Bevel tot verwijdering, verbod toekomst.

 

PUBLICATIE - PORTRETRECHT

 

[gedaagde] is de zoon van de eigenaar van een camping. Tussen [gedaagde & vader], en de gemeente (en andere overheden) bestaan meningsverschillen over de gedwongen ontruiming en sluiting van de camping. Sinds januari 2017 publiceert [gedaagde] hierover teksten op een website. In 2018 heeft de vader van [gedaagde] een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) tegen het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Zeeland-West Brabant (RIEC). De klacht hield in dat het RIEC onrechtmatig zijn persoonsgegevens zou hebben verwerkt. Het RIEC is een publieke organisatie die zich richt op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit en samenwerkt met diverse overheidsinstanties.

 

Na onderzoek besloot de AP de klacht niet verder te behandelen, omdat onvoldoende aannemelijk was dat het RIEC in strijd had gehandeld met de AVG of de Wbp. Dit is bij brief van 5 februari 2019 meegedeeld aan de juridisch adviseur van de vader van [gedaagde]. Tegen dit besluit heeft de vader bezwaar gemaakt; dat bezwaar is nog in behandeling.

 

Daaropvolgend zijn diverse publicaties op de website geweest, waaronder "Integrale aanpak ondermijnende criminaliteit: de nieuwe IRT-affaire?" met foto en naam van een medewerker als behandelend inspecteur; "Wél krachtdadig optreden Autoriteit Persoonsgegevens (AP) tegen persvrijheid" en na rectificatie een foto van een andere AP-medewerkster met link naar LinkedIN-pagina.


De stelling van [gedaagde] dat hem meer vrijheid toekomt omdat zijn artikelen satirische columns zijn die de opinie van de columnist behelzen, kan niet worden gevolgd. In de artikelen worden de medewerkers niet op een humoristische wijze bespottelijk gemaakt, zoals kenmerkend is bij satire, maar wordt op een serieuze en kritische toon, onder verwijzing naar voorbeelden, de handelwijze van de AP beschreven.


De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat de vermelding van individuele medewerkers van de AP in de artikelen op de website onrechtmatig is, omdat deze een niet gerechtvaardigde inbreuk vormt op hun recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.


Gedaagde dient binnen 24 uur de namen, foto's en hyperlinks naar sociale media profielen van de medewerkers te verwijderen. De voorzieningenrechter verbiedt om verder vergelijkbare artikelen te publiceren met daarin namen of foto's van de medewerkers van AP die geen bestuurlijke functie hebben of woordvoerder zijn, tenzij er toestemming is. Ook dient zij bij Google verzoek tot verwijdering indexering te doen. 

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:15161