Tenuitvoerlegging VG Colours-vonnis geschorst

Print this page 09-01-2020
IEPT20191202, Hof Den Haag, VG Colours v HE Licenties
(Met dank aan Nadine Reijnders - Wiersma en Tjeerd Overdijk, Vondst)

Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging van het vonnis van 19 juni 2019 toegewezen: VG Colours heeft onmiskenbaar belang bij schorsing van de tenuitvoerlegging, er bestaat een hoog risico dat VG Colours de schade door uitvoering van het vonnis niet kan verhalen op HE Licenties. Het gebrek aan verhaalsmogelijkheden weegt zwaar omdat vast staat dat de schade die VG Colours lijdt door uitvoering van het vonnis zeer omvangrijk is en de bedrijfsvoering van VG Colours in het hart raakt. Niet kan worden uitgegaan van het oordeel van de rechtbank over inbreuk van VG Colours, omdat deze was gestoeld op een klaarblijkelijke onjuiste veronderstelling dat VG bij haar conclusie van antwoord geen verweer had gevoerd tegen de stelling dat de gekleurde orchideeën van VG Colours onder de beschermingsomvang van voortbrengselconclusie 11 vallen. Rechtbank had ten onrechte als tardief aangemerkte verweren niet buiten beschouwing mogen laten. VRO-regime kan aan VG Colours niet worden tegengeworpen. Beoordeling rechtbank over inbreuk onzorgvuldig geweest.

 

PROCESRECHT

 

In incident vordert VG schorsing van de tenuitvoerlegging van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 juni 2019, waarin de rechtbank VG Colours heeft verboden inbreuk te maken op de conclusies 11, 12, 13 en/of 15 van NL1040904, in het bijzonder door orchideeën Phalaenopsis Royal Blue te vervaardigen, in het verkeer te brengen, te verhandelen, daarvoor aan te bieden en of in voorraad te hebben, met een dwangsom van € 20.000 per dag.

 

Het hof oordeelt dat VG Colour een onmiskenbaar belang heeft bij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. Er bestaat namelijk een hoog risico dat VG Colours de schade die zij lijdt door uitvoering van het vonnis niet of nauwelijks zal kunnen verhalen op HE Licenties wanneer het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. Dit gebrek aan verhaalsmogelijkheden weegt zwaar omdat de schade die VG Colours lijdt door uitvoering van het vonnis zeer omvangrijk is en de bedrijfsvoering van VG Colours in het hart raakt. VG Colours is een bedrijf dat zich specifiek bezighoudt met het kunstmatig kleuren van orchideeën. Het bij het bestreden vonnis opgelegde verbod omvat het procedé dat VG Colours gebruikte voor het kleuren van orchideeën en voor VG Colours zijn geen reële alternatieve werkwijzen voor het kleuren voor orchideeën voorhanden die niet vallen onder het opgelegde verbod.
HE Licenties heeft terecht aangevoerd dat de ingrijpende gevolgen van de executie in beginsel voor rekening van VG Colours komen. In dit geval kan echter hangende het hoger beroep niet zonder meer worden uitgegaan van het oordeel van de rechtbank over de inbreuk door VG Colours. Dat oordeel is gebaseerd op de veronderstelling dat VG Colours bij haar conclusie van antwoord geen verweer had gevoerd tegen de stelling dat de door VG Colours gekleurde orchideeën onder de beschermingsomvang van voortbrengselconclusie 11 vallen (zie r.o. 4.28 van het tussenvonnis van 21 februari 2018). Die veronderstelling is klaarblijkelijk onjuist. Bij de conclusie van antwoord heeft VG gemotiveerd gereageerd op de vermeende inbreuk. Dat HE licenties dat verweer als zodanig heeft opgevat blijkt wel uit de reactie van HE Licenties op het ‘inbreuk’-verweer tijdens de eerste pleitzitting in eerste aanleg.

 

Daar komt bij dat de rechtbank bij het oordeel over de inbreuk door VG Colours een aantal andere door VG Colours gevoerde verweren buiten beschouwing heeft gelaten vanwege het tardieve karakter ervan. Echter valt niet in te zien waarom die verweren tardief waren. Het uitgangspunt bij een procedure in eerste aanleg is dat een partij in elk stadium van de procedure zijn principale verweer kan aanvullen, tenzij de wederpartij daardoor onredelijk in zijn verdediging is geschaad of de goede procesorde anderszins wordt geschonden.

 

Het feit dat de rechtbank bij de beoordeling een aantal verweren ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten, brengt niet zonder meer mee dat het eindoordeel over de inbreuk onjuist is. Of dat laatste het geval is, moet in de hoofdzaak worden bepaald. Wel staat daarmee vast dat de beoordeling onvolledig is geweest. Mede gelet op het feit dat gesteld noch gebleken is dat de onbeoordeelde verweren bij voorbaat kansloos zijn, kan daarom in dit incident niet zonder meer worden uitgegaan van de juistheid van het eindoordeel.

 

IEPT20191202, Hof Den Haag, VG Colours v HE Licenties

 

ECLI:NL:GHDHA:2019:3709