Hoogte griffierecht vastgesteld op € 6.591 voor vordering met beloop van meer dan € 100.000
06-12-2019 Print this pageHoogte griffierecht terecht vastgesteld op tarief geldend voor zaken met betrekking tot vordering met een beloop van meer dan € 100.000 (€ 6.591): zowel de waarde van de vordering van de curator in conventie en de vordering van ING in reconventie bedraagt meer dan € 100.000.
Verzetprocedure op de voet van artikel 29 Wet griffierechten burgerlijke zaken over of de griffier bij het bepalen van de hoogte van het griffierecht had moeten uitgaan van een vordering van onbepaalde waarde. Het gaat in deze zaak om sprongcassatie tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 september 2018. Het griffierecht is door de waarnemend griffier van de Hoge Raad vastgesteld op € 6.591. Dit is het in 2018 geldende tarief voor niet-natuurlijke personen voor zaken met betrekking tot een vordering met een beloop van meer dan € 100.000. Bij verzoekschrift is namens opposanten in verzet gekomen tegen de beslissing om € 6.591 als griffierecht te heffen. De Hoge Raad oordeelt dat de hoogte van het griffierecht terecht op het tarief geldend voor zaken met betrekking tot een vordering met een beloop van meer dan € 100.000 is vastgesteld. Zowel de waarde van de vordering van de curator in conventie en de vordering van ING in reconventie bedraagt meer dan € 100.000.
IEPT20191206, HR, ING v Curator
Zie ook ons bericht over het arrest in de hoofdzaak.