Vordering exhibitie (843a Rv) afgewezen: HE geen spoedeisend belang doordat de tenuitvoerlegging van het eindvonnis is geschorst totdat het hof in hoofdzaak heeft beslist. Verbod verdere verspreiding bericht waarin VG de kwestie met HE een “(oplichtings-)zaak” noemt: VG heeft grenzen echter maar in geringe mate overschreden, door het bericht aan een klein aantal contacten te sturen, die bekend worden geacht met het geschil tussen HE en VG. Proceskosten VG en Logico gematigd: verweer VG en Logico was vrijwel hetzelfde, gevoerd door dezelfde advocaten.
IE-HANDHAVING – PUBLICATIE-PRIVACY - PROCESRECHT
Exhibitie (art. 843a Rv)
HE Licenties vordert dat de voorzieningenrechter VG Colours zal veroordelen inzage te verstrekken in de in de dagvaarding opgesomde in bewijsbeslag genomen bescheiden. HE Licenties heeft toegang tot de inbeslaggenomen bewijsstukken onder VG Colours nodig zodat zij de schade kan begroten en onderbouwen die zij in de schadestaatprocedure zal vorderen.
Gezien het eindvonnis is vast komen te staan dat VG Colours inbreuk heeft gemaakt op het octrooirecht van HE Licenties. In het eindvonnis is VG Colours veroordeeld tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat, welke veroordeling uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. HE Licenties heeft derhalve een executoriale titel verkregen jegens VG Colours. Tegen het eindvonnis heeft VG Colours spoedappel ingesteld bij het hof Den Haag en heeft zij een incident opgeworpen om de uitvoelrbaarheid bij voorraad van het eindvonnis op te heffen of op te schorten. Het hof oordeelde dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van het eindvonnis totdat het hof in de hoofdzaak heeft beslist toewijsbaar is (IEPT20191202)
In onderhavige zaak is de voorzieningenrechter met VG Colours van oordeel dat door de schorsing van de tenuitvoerlegging van het eindvonnis HE Licenties geen spoedeisend belang meer heeft bij inzage in de beslagen stukken. De schorsing heeft tot gevolg dat als HE een procedure zou instellen, die procedure zou worden aangehouden in afwachting van de beslissing in hoger beroep. De voorzieningenrechter ziet niet in dat HE onder deze omstandigheden niet zou kunnen wachten tot de beslissing in hoger beroep. De door haar gevraagde exhibitie betreft immers bescheiden die in beslag zijn genomen en zich bij de bewaarder bevinden. De voorzieningenrechter gaat eveneens voorbij aan de stelling van HE Licenties dat het spoedeisend belang gelegen is in het feit dat stukken door een mogelijk faillissement verloren zouden gaan. Waardoor stukken door een faillissement verloren zouden gaan, is door HE niet nader toegelicht. Daar is naar voorlopig oordeel ook geen sprake van. De stukken komen dan waarschijnlijk bij een curator, maar gaan daarmee niet verloren. Daarbij zijn veel van de relevante bescheiden in beslag en bewaring genomen. Ook is het nog maar de vraag in hoeverre HE nog belang zou hebben bij exhibitie voor een schadestaatprocedure, wanneer VG failliet zou gaan.
Bericht van VG Colours
HE Licenties vordert dat de voorzieningenrechter VG Colours zal bevelen zich te onthouden van het verder verspreiden van het bericht –waarin VG de kwestie een “(oplichtings-)zaak” noemt-, opgave van de partijen aan wie het bericht is verstuurd en een rectificatie van dit bericht aan de geadresseerden en op de homepage van haar website.
Bij het bericht staan twee fundamentele rechten tegenover elkaar, namelijk de vrijheid van meningsuiting van VG Colours en het recht op bescherming van eer en goede naam van HE Licenties. Een belangenafweging valt in het voordeel van HE uit.
De uitlating “(oplichtings-)zaak” vindt geen steun in het feitenmateriaal. VG Colours heeft dit bericht echter maar naar zo’n 30 contacten gestuurd. Hierbij moet worden meegenomen dat er sprake is van een hoog opgelopen conflict tussen partijen. Er loopt een langdurige bodemprocedure en er hebben al meer kort gedingen tussen partijen plaatsgevonden. HE heeft in het verleden ook van zich laten horen door middel van een persbericht over de in geschil zijnde octrooiinbreuk door VG Colours. De geadresseerde marktpartijen zullen dus wel bekend zijn met het geschil tussen partijen en de uiting van VG Colours met een korreltje zout hebben genomen.
Naar voorlopig oordeel heeft VG Colours de grenzen van het toelaatbare overschreden door het gebruik van de term “(oplichtings-)zaak”, maar door het incidentele karakter en de kennis van de markt met betrekking tot dit geschil, is deze grensoverschrijding niet ernstig. Aan VG wordt een verbod opgelegd om het bericht nog verder te verspreiden, op straffe van een dwangsom. De rectificatie en de opgave van gegevens van geadresseerden acht de voorzieningenrechter disproportioneel.
IEPT20200124, Rb Den Haag, HE Licenties v VG Colours