Geen verwarringsgevaar tussen handelsnamen van aanbieders technisch personeel Connect Ways en WAES

Print this page 28-01-2020
IEPT20200127, Rb Oost-Brabant, Waes v Connect Ways
(Met dank aan Gino van Roeyen, LAWNCH)

Connect Ways maakt geen inbreuk op handelsnaam WAES: aard van beide ondernemingen weliswaar (ver)gelijk(baar) nu beiden technisch personeel aanbieden, handelsnamen verschillen in visueel opzicht in sterke mate, ook groot begripsmatig verschil, mogelijke auditieve overlap gelegen in WAES/Ways onvoldoende grond voor aannemen verwarringsgevaar.

 

HANDELSNAAMRECHT

 

WAES is een onderneming die is gespecialiseerd in het aanbieden van consultancydiensten door hoogopgeleid personeel op het gebied van Technology. WAES stelt dat Connect Ways inbreuk maakt op haar oudere handelsnaamrechten, en tevens onrechtmatig handelt door een handelsnaam te kiezen waarmee zij parasiteert op het succes van WAES. Haar vorderingen worden echter afgewezen.

 

De aard van beide ondernemingen is naar het oordeel van de voorzieningenrechter (ver)gelijk(baar). Uit de overgelegde stukken en het ter zitting verhandelde blijkt dat Connect Ways als doelstelling heeft het verbinden van vraag naar technisch personeel en aanbod van technisch personeel en dat beide ondernemingen daartoe expats aantrekken, die zij herplaatsen en detacheren. Verder is van belang dat beide partijen zijn gevestigd te Eindhoven.

 

De vraag of sprake is van verwarringsgevaar wordt echter ontkennend beantwoord. Beide namen verschillen volgens de voorzieningenrechter in visueel opzicht in sterke mate van elkaar. Ook begripsmatig is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van grote verschillen. Dit omdat “Connect Ways" bestaat uit twee woorden, welke kunnen worden aangemerkt als "aan elkaar verbinden" en "wegen”, terwijl de naam "WAES" staat voor de afkorting: We Are Engineering Solutions. De mogelijke auditieve overlap van (een deel) van de beide handelsnamen - WAES en Ways - weegt niet op tegen de hiervoor omschreven (visuele) verschillen, zo concludeert de voorzieningenrechter. Het beroep op onrechtmatig handelen wordt als onvoldoende onderbouwd eveneens verworpen.

 

De IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:RBOBR:2020:538

 

(kopie originele vonnis)