Artikel uit 1999 over betrokkenheid appellant bij organiseren piramidespel Eurobizz Diamond niet onrechtmatig
02-04-2020 Print this pageArtikel uit 1999 over betrokkenheid appellant bij organiseren piramidespel Eurobizz Diamond niet onrechtmatig: voldoende steun in feitenmateriaal dat appellant eerder betrokken was bij piramidespel Top Stair, bewering dat Eurobizz een piramidespel was c.q. zich daarmee bezig hield vindt voldoende steun feitenmateriaal, gelet op publicaties andere media, verklaring onder ede appellant en veroordeling appellant tot jaar voorwaardelijke gevangenisstraf in België. Gebrek aan wederhoor van ondergeschikt belang: niet aangevoerd en aannemelijk dat wederhoor kern van artikel – betrokkenheid appellant bij organiseren van piramidespel – zou hebben ontzenuwd, nu dat ook in dit geding niet is gelukt. Met publicatie was destijds publieke belang gediend en appellant is publiek figuur die zich meer publiciteit moet laten welgevallen dan gemiddeld het geval is.
Appellant is onder meer zanger en eigenaar van E-Mousse Management, een producent van podiumkunst. Sinds 1 januari 1996 was appellant voorzitter en penningmeester van de vereniging Eurobizz Diamond Circles, dat in juli 1999 failliet is verklaard. Op 7 juli 1999 verscheen naar aanleiding van het faillissement van Eurobizz in de Volkskrant een artikel met de kop “Piramidespel Eurobizz Diamond is failliet”, waarin werd gesproken over de betrokkenheid van appellant bij Eurobizz, dat als piramidespel werd aangeduid. Het artikel staat thans nog steeds in het online archief van de Volkskrant en is vindbaar via Google. Appellant vordert onder meer verwijdering van het artikel. In eerste aanleg werden zijn vorderingen afgewezen en in hoger beroep wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het hof oordeelt dat het artikel niet onrechtmatig is, omdat er voldoende steun in het feitenmateriaal is dat appellant eerder betrokken was bij het piramidespel Top Stair. Ook vindt de bewering dat Eurobizz een piramidespel was c.q. zich daarmee bezig hield vindt voldoende steun feitenmateriaal, gelet op publicaties van andere media uit de jaren 90 (De Stem, 6 februari 1996, Trouw, 5 februari 1997, ANP, 6 juli 1999, Reformatorisch Dagblad, op dezelfde dag als de publicatie), een verklaring van appellant onder ede en de veroordeling van appellant tot een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf in België.
Appellant heeft aangevoerd dat er geen wederhoor is geweest voor het artikel. De Volkskrant heeft aangevoerd dat door het tijdsverloop niet meer te achterhalen is wie de auteur van het artikel is geweest, laat staan of er gelegenheid is gegeven tot wederhoor. Het hof oordeelt dat het gebrek aan wederhoor van ondergeschikt belang is, omdat niet is aangevoerd en aannemelijk is dat wederhoor de kern van artikel – betrokkenheid appellant bij organiseren van piramidespel – zou hebben ontzenuwd. Ten slotte wordt overwogen dat met de publicatie het publieke belang was gediend en dat appellant een publiek figuur is die zich meer publiciteit moet laten welgevallen dan gemiddeld het geval is.
IEPT20200303, Hof Amsterdam, De Volkskrant