Uitlatingen over organisator en verloop van de Miss India Holland-verkiezing niet onrechtmatig

Print this page 18-03-2020
IEPT20200303, Hof Den Haag, Miss India Holland

Uitlatingen die gedaagden richting de pers hebben gedaan over de organisator en het verloop van de Miss India Holland-verkiezing niet onrechtmatig: in dit kort geding kan het hof geen uitspraak doen over de gegrondheid van verwijten, vermeende misstanden - onveiligheid, ongepast gedrag van de organisator, oneerlijke verkiezingen - zijn (indien juist) voldoende ernstig om bekend te mogen maken, berichten zijn voldoende terughoudend, zakelijk en niet onnodig grievend, gedaagden konden in redelijkheid van mening zijn dat sprake was van een misstand.

 

PUBLICATIE

 

De uitlatingen die gedaagden - naar aanleiding van hun beslissing om niet aan de finale deel te nemen - richting de pers hebben gedaan over de organisator en het verloop van de Miss India Holland-verkiezing zijn niet onrechtmatig, zo oordeelt het Hof Den Haag.

 

In dit kort geding kan het hof geen uitspraak doen over de gegrondheid van verwijten. Het hof overweegt dat  de vermeende misstanden – onveiligheid, ongepast gedrag van de organisator, oneerlijke verkiezingen –(indien juist) voldoende ernstig zijn om bekend te mogen maken. De berichten zijn daarnaasr voldoende terughoudend, zakelijk en niet onnodig grievend. Gedaagden konden bovendien in redelijkheid van mening zijn dat sprake was van een misstand. Dit betekent dat belangenafweging voorshands in het voordeel van de ex-finalisten uitvalt en zij zich naar het voorlopig oordeel van het hof niet schuldig hebben gemaakt of nog maken aan onrechtmatige publiekelijke uitlatingen.

 

IEPT20200303, Hof Den Haag, Miss India Holland

 

ECLI:NL:GHDHA:2020:359