Amazon maakt geen inbreuk op merken Coty door voor een derde parfums in opslag te hebben die inbreukmakend blijken te zijn
03-04-2020 Print this page
Amazon maakt geen inbreuk op merken Coty door voor een derde parfums in opslag te hebben die inbreukmakend blijken te zijn: het hof heeft in haar rechtspraak reeds benadrukt dat “gebruik” een actieve gedraging in het kader van de eigen commerciële communicatie en een rechtstreekse of indirecte controle over de handeling waarin het gebruik bestaat vereist, alvorens de opslag van waren die zijn voorzien van aan merken gelijke of daarmee overeenstemmende tekens kan worden gekwalificeerd als “gebruik” van die tekens, is het noodzakelijk dat de marktdeelnemer die de opslag verricht zelf het voornemen heeft om de waren aan te bieden of in de handel te brengen.
Amazon biedt derde verkopers de mogelijkheid om deel te nemen aan het programma “Verzending door Amazon”, waarbij de waren worden opgeslagen door vennootschappen van de Amazongroep. Een aanbieder van niet uitgeputte parfums van Coty heeft hiervan gebruik gemaakt. Coty beschouwt de handelswijze van Amazon als een inbreuk op haar merkrecht, en vorderde onder meer dat Amazon op straffe van dwangmaatregelen werd gelast om na te laten in het economische verkeer in Duitsland parfums in voorraad te hebben of te verzenden, of in voorraad te laten hebben of te laten verzenden, wanneer deze waren niet met haar toestemming op de markt van de Unie waren gebracht.
Het Bundesgerichtshof heeft in deze procedure uiteindelijk de volgende prejudiciële vraag gesteld: “Heeft een persoon die voor een derde waren opslaat die een merkrecht schenden, zonder van deze inbreuk op de hoogte te zijn, deze waren in voorraad met het oogmerk deze aan te bieden of in de handel te brengen, wanneer niet hijzelf maar alleen de derde voornemens is de waren aan te bieden of in de handel te brengen?”
Nee, zo luidt het antwoord van het hof. Alvorens de opslag van waren die zijn voorzien van aan merken gelijke of daarmee overeenstemmende tekens kan worden gekwalificeerd als “gebruik” van die tekens, is het volgens het hof noodzakelijk dat de marktdeelnemer die de opslag verricht zelf het voornemen heeft om de waren aan te bieden of in de handel te brengen. Bij gebreke daarvan kan niet worden gesteld dat de handeling waarin het gebruik van het merk bestaat, uitgaat van die persoon, of dat hij het teken gebruikt in het kader van zijn eigen commerciële communicatie.
In casu heeft de verwijzende rechter duidelijk aangegeven dat verweersters in het hoofdgeding de betrokken waren niet zelf te koop hebben aangeboden of in de handel hebben gebracht, en heeft hij verder in zijn prejudiciële vraag gepreciseerd dat alleen de derde voornemens is de waren aan te bieden of in de handel te brengen. Bijgevolg maakt Amazon in het hoofdgeding niet zelf gebruik van het teken in het kader van hun eigen commerciële communicatie, zo concludeert het hof.
Deze uitspraak wordt besproken in de volgende PO-webinar:
Merkenrecht 2020 deel 2