Staatsloterij dient schade te vergoeden op grond van misleidende reclame

07-04-2020 Print this page
Auteur:
Marie-Claire Vogels
IEPT20200407, Hof Den Bosch, Staatsloterij

Condicio sine qua non verband tussen misleidende mededelingen van Staatsloterij en de koop van loten door [appellant] in de periode 2000 tot en met 2008: vermoeden van aanwezigheid van causaal verband (afgeleid uit ECLI:NL:HR:2015:178) niet ontzenuwd door Staatsloterij. Schade kan aan Staatsloterij worden toegerekend: redelijkerwijs kan worden verwacht dat misleidende mededelingen van Staatsloterij tot de door [appellant] gevorderde schadepost (het aankoopbedrag van een staatslot) zou leiden. Schademindering op grond van voordeeltoerekening: [appellant] heeft een op geld waardeerbare kans genoten om een prijs te winnen en prijzen gewonnen.

MISLEIDENDE RECLAME

[appellant] heeft gedurende 16 jaar (waaronder de periode 2000-2008) deelgenomen aan door Staatsloterij georganiseerde loterijen. [appellant] vordert schadevergoeding en legt hieraan ten grondslag dat Staatsloterij onrechtmatig heeft gehandeld omdat zij [appellant] heeft misleid als bedoeld in artikel 6:194 (oud) BW.

Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad in ECLI:NL:HR:2015:178, vermoedt het hof dat ook [appellant] behoorde tot het aanzienlijk deel van de consumenten die zou hebben afgezien van aankoop van staatsloten in de periode 2000 tot 2008 indien Staatsloterij toen juiste en volledige mededelingen zou hebben gedaan. Er zijn naar het oordeel van het hof door Staatsloterij niet zodanige feiten of omstandigheden gesteld, dat die tot een voldoende ontzenuwing van voormeld vermoeden van de aanwezigheid van het causaal verband tussen de onrechtmatige mededelingen en de aankoop(prijs) van een lot zouden kunnen leiden.

Aangezien het om aansprakelijkheid als gevolg van misleidende mededelingen gaat en Staatsloterij die mededelingen deed om het publiek, waaronder [appellant] te bewegen een staatslot te kopen kan redelijkerwijs worden verwachten dat die misleidende mededelingen tot de door [appellant] gevorderde schadepost, het aankoopbedrag van een staatslot, zou leiden. De door [appellant] gevorderde schade kan aan Staatsloterij worden toegerekend.

Staatsloterij brengt nog naar voren dat [appellant] wel een op geld waardeerbare kans heeft genoten om een prijs te winnen en ook inderdaad een aantal prijzen heeft gewonnen, hetgeen langs de band van voordeeltoerekening in mindering moet worden gebracht op de schade.

Het hof vernietigt het vonnis van 9 mei 2018 van de rechtbank Limburg en veroordeelt Staatsloterij tot schadevergoeding.

IEPT20200407, Hof Den Bosch, Staatsloterij

ECLI:NL:GHSHE:2020:1199