Van Coffema naar Coffenco en terug: passende schadeloosstelling nadat in kort geding opgelegd verbod in de bodemprocedure werd afgewezen

Print this page 29-06-2020
IEPT20200610, Rb Rotterdam, Coffema v Deac

Geschil ziet op de hoogte van de passende schadeloosstelling voor de kosten die zijn gemaakt als gevolg van het bij voorlopige maatregel opgelegde verbod om de naam Coffema te gebruiken nadat dit verbod in de bodemprocedure is afgewezen: tussen partijen is niet in geschil dat Deac – naar achteraf is gebleken – onrechtmatig heeft gehandeld door Coffema te houden aan het kort geding vonnis en de dientengevolge door Coffema geleden schade dient te vergoeden. Kosten voor het wijzigen van Coffema in Coffenco grotendeels toegewezen: het gaat onder meer om kosten voor vervanging van kantoorartikelen, het aanpassen van de website en een deel van de personeelskosten. Kosten voor het terug wijzigen van Coffenco in Coffema voor 1/3e toegewezen: Coffema mocht haar naam weer gebruiken en had daar ook belang bij nu ook de andere ondernemingen van de groep waartoe zij behoort Coffema heten, geen enkele factuur in het geding gebracht, niet aan schadebeperkingsplicht voldaan nu Coffema haar oude voorraad had kunnen bewaren om daar weer op te kunnen terugvallen na een gunstig bodemvonnis, dit doet echter niet af aan het feit dat het evident is dat Coffema met het opnieuw in gebruik nemen van de naam Coffema althans enige kosten heeft moeten maken en dus schade heeft geleden, die veroorzaakt is door de executie van het kort geding vonnis. Kosten voor het vervangen van filterkoppen slechts voor een klein deel toegewezen: gelet op tijdspanne is niet uit te sluiten dat een deel van de filterkoppen is besteld in het kader van de normale bedrijfsvoering van Coffema, het was bovendien mogelijk geweest een om over het merk Coffema een sticker met het merk Coffenco te plakken.

 

HANDHAVING

 

Nasleep van een vonnis van de voorzieningenrechter uit 2011 (IEPT20110405), waarin Coffema werd verboden die naam te gebruiken op grond van inbreuk op het merk Cafema. Nadat de bodemrechter het verbod echter afwees (IEPT20121003), heeft Coffema - dat als gevolg van het verbod verder was gegaan onder de naam Coffenco - haar naam weer terug veranderd.  

 

Het onderhavige geschil ziet op de hoogte van de passende schadeloosstelling voor de kosten die zijn gemaakt als gevolg van het bij voorlopige maatregel opgelegde verbod. Tussen partijen is namelijk niet in geschil dat Deac – naar achteraf is gebleken – onrechtmatig heeft gehandeld door Coffema te houden aan het kort geding vonnis en de dientengevolge door Coffema geleden schade dient te vergoeden.

 

De rechtbank Rotterdam wijst van de gevorderde schade van ruim 95 duizend euro uiteindelijk een bedrag van ruim 28 duizend euro toe. Het gaat onder meer om kosten voor vervanging van kantoorartikelen, het aanpassen van de website en een deel van de personeelskosten. De kosten voor het terug wijzigen van Coffenco in Coffema worden echter slechts voor 1/3e toegewezen. Hierbij speelt mee dat geen enkele factuur in het geding gebracht en niet aan de schadebeperkingsplicht is voldaan nu Coffema haar oude voorraad had kunnen bewaren om daar weer op te kunnen terugvallen na een gunstig bodemvonnis. De kosten voor het vervangen van filterkoppen worden eveneens slechts voor een klein deel toegewezen. Gelet op tijdspanne is volgens de rechtbank niet uit te sluiten dat een deel van de filterkoppen is besteld in het kader van de normale bedrijfsvoering van Coffema. Het was naar het oordeel van de rechtbank bovendien mogelijk geweest een om over het merk Coffema een sticker met het merk Coffenco te plakken.

 

IEPT20200610, Rb Rotterdam, Coffema v Deac

 

ECLI:NL:RBROT:2020:5569