Omvang van vordering die voortvloeit uit fifty-fifty afspraak omtrent organisatie van MMI-event niet vast te stellen

02-11-2020 Print this page
IEPT20200818, Hof Arnhem-Leeuwarden, MIHN

Bewijsaanbod aangaande 5% commissie voor [appellant] gepasseerd: geen afspraak op papier en geen verdere onderbouwing. Omvang van de vordering die voortvloeit uit fifty-fifty afspraak niet vast te stellen: [appellanten] hebben geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de door hen gegeven uitleg de juiste is. Beroep [geïntimeerden] op opschorting ter verrekening met schadevordering uit hoofde van onrechtmatig handelen door [appellanten] gegrond: [appellant 1] heeft SR opzettelijk een overeenkomst laten ondertekenen op naam van MIHN Inc in plaats van MIHN BV en daarmee geïntimeerden buiten spel gezet, voldoende is komen vast te staan dat WWIC schade heeft geleden nu zij in ieder geval nog meerdere evenementen zou hebben kunnen organiseren.

 

ONRECHTMATIGE DAAD

 

Hoger beroep. [appellant] en [geïntimeerde] zijn motivational speakers. [geïntimeerde] is enig aandeelhouder en bestuurder van WWIC. Zij hebben samengewerkt en de samenwerking is in 2011 beëindigd. De afspraken omtrent de samenwerking zijn niet op papier gesteld. Tijdens de samenwerking is onder de overkoepelende organisatie SR het MMI-event georganiseerd. Dit evenement moet financieel nog worden afgewikkeld maar er bestaat een verschil in zienswijze over de precieze afwikkeling. WWIC beroept zich op opschorting en verrekening met een vordering die WWIC heeft op [appellant] wegens onrechtmatig handelen. 

 

Het hof oordeelt als volgt. Door [appellant] is gesteld dat aan hem een commissie van 5% toekomt nu hij degene was die het initiatief genomen heeft tot het organiseren van het MMI-event en het concept Making It Happen Now van hem afkomstig was. Verdere onderbouwing ontbreekt echter, daarbij is over deze afspraak niets schriftelijk vastgelegd. Het bewijsaanbod wordt dan ook gepasseerd.

 

Wat betreft het verschil in zienswijze over de afgesproken fifty-fifty verdeling stelt het hof dat het op de weg van [appellanten] ligt om nader te onderbouwen dat de door hen gegeven uitleg de juiste is. Nu dat nergens uit blijkt en geen bewijs is aangeboden van hun stellingen, komt de uitleg van de fifty-fifty afspraak niet vast te staan. De omvang van de vordering is dan ook niet vast te stellen. 

 

Ten slotte oordeelt het hof over het beroep op opschorting en verrekening door [geïntimeerden]. Dit beroep is gegrond nu [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld jegens WWIC. Dit onrechtmatig handelen bestaat eruit dat [appellant] opzettelijk en zonder dat SR daarvan op de hoogte was SR een overeenkomst heeft laten tekenen op naam van MIHN Inc (de naam waaronder [appellant] handelt) in plaats van MIHN BV (onder welke naam WWIC handelt). Op grond van die overeenkomst heeft SR het exclusieve recht om evenementen te organiseren aan MIHN Inc gegeven. Op deze manier heeft [appellant] WWIC buiten spel gezet, nu deze gedurende drie jaar geen SR-evenementen kon organiseren. Voldoende is komen vast te staan dat WWIC hier schade van heeft ondervonden, nu aannemelijk is dat zij anders meerdere evenementen zou hebben kunnen organiseren waarmee winst zou zijn behaald. 

 

IEPT20200818, Hof Arnhem-Leeuwarden, MIHN

 

ECLI:NL:GHARL:2020:6474

 

Anouck Bakhuis