Wrakingskamer wijst wrakingsverzoek Wyeth af

05-10-2022 Print this page
Auteur:
Birgit Kunst-Verboon
IEPT20200831, Rb Den Haag, Wyeth wraking

Wrakingsverzoek Wyeth afgewezen: gemotiveerde beslissingen niet onbegrijpelijk en dus ook niet zo onbegrijpelijk dat daaruit de vooringenomenheid van de rechter blijkt.

HANDHAVING-PROCESRECHT

Wyeth heeft verzoek ingediend tot wraking van de rechters in de zaak C/09/587447 HA ZA 20-116. De wrakingskamer wijst het verzoek af.

Wyeth vindt de rechters vooringenomen omdat zij de verzoeken om 1. de zaak uit het VRO-regime te verwijderen; 2. de pleittijd te verlengen, en 3. de stukken van MSD te weigeren, hebben afgewezen. Dit betreffen volgens de wrakingskamer allemaal procedurele beslissingen. Ook het niet nemen van een definitieve beslissing, ten aanzien van het al dan niet weigeren van de aktes met producties van MSD is aan te merken als een procedurele beslissing.

Een rechterlijke beslissing kan als zodanig nooit een grond vormen voor wraking. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de beslissing noch over het verzuim te beslissen. Alleen als de motivering van de van de beslissing niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven, levert dat een grond voor wraking op. Uit de beslissing van 29 juli 2020 blijkt dat er afwegingen zijn gemaakt die tot gemotiveerde beslissingen heeft geleid. De motivering is niet onbegrijpelijk en dus ook niet zozeer onbegrijpelijk dat daaruit de vooringenomenheid van de rechters blijkt.

IEPT20200831, Rb Den Haag, Wyeth wraking

ECLI:NL:RBDHA:2020:10143