In beide zaken met betrekking tot het door Sisvel ingeroepen octrooi komen de volledige proceskosten voor vergoeding in aanmerking uit hoofde van art. 1019h Rv

01-03-2021 Print this page
Auteur:
Anouck Bakhuis
IEPT20210217, Rb Den Haag, Sisvel v BBK

In beide zaken komen de volledige proceskosten voor vergoeding in aanmerking uit hoofde van art. 1019h Rv voor zover deze redelijk en evenredig zijn: procedures zien op handhaving van een intellectueel eigendomsrecht, betoog Sisvel dat er nodeloos kosten zijn aangewend of veroorzaakt door gedaagden mist feitelijke grondslag en indicatietarieven moeten niet analoog worden toegepast in de procedures, geen sprake van forfaitaire regeling en Sisvel probeert onterecht het minimum tot maximum te verheffen, slagingskans van argumenten hoeft in onderhavige procedures niet meegenomen te worden bij begroting van de kosten en beroep Sisvel op billijkheidscorrectie wordt gepasseerd. Proceskosten BBK in de zaak 18-884 komen voor volledige vergoeding in aanmerking: opgevoerde kosten zijn redelijk en evenredig. Proceskosten Oppo in zaak 18-884 zijn gedeeltelijk nodeloos gemaakt en Sisvel maakt in Nederlandse procedure aanspraak op wereldwijde licentie waardoor Oppo de kosten gemaakt voor haar FRAND-verweer redelijkerwijs aan deze procedure kan toerekenen: kosten die verband houden met akten die zijn geweigerd zijn gedeeltelijk nodeloos gemaakt, het lag voor de hand dat Oppo de wereldwijde markt in haar FRAND-verweer heeft betrokken. Kosten Wiko c.s. in de zaak 19-936 zijn redelijk en evenredig te achten: Sisvel heeft de hoogte van de kosten niet betwist.

 

PROCESRECHT

 

Eindvonnis over de proceskosten in twee zaken betreffende hetzelfde door Sisvel ingeroepen octrooi. In het tussenvonnis is al bepaald dat het octrooi vernietigd wordt. 

 

De rechtbank oordeelt als volgt. Sisvel betwist allereerst in beide zaken dat de proceskosten moeten worden vastgesteld op grond van art. 1019h Rv. De rechtbank gaat daaraan voorbij. De procedures zien op de handhaving van een intellectueel eigendomsrecht, namelijk het door Sisvel ingeroepen octrooi. De rechtbank gaat eveneens voorbij aan de stelling van Sisvel dat (een deel van) de kosten nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt door partijen. Deze stelling mist feitelijke grondslag. De rechtbank ziet geen aanleiding om de indicatietarieven analoog toe te passen op de onderhavige procedures. De stelling van Sisvel dat niet de volledige proceskosten maar een significant deel daarvan voor vergoeding in aanmerking komen berust op een onjuiste lezing van arresten van de Hoge Raad. Het verweer dat Sisvel in de zaken tegen Wiko en Oppo heeft gevoerd dat bij de begroting van de kosten rekening gehouden moet worden met de slagingskans van de argumenten, gaat in de onderhavige procedures niet op. 

 

De proceskosten van BBK in de zaak 18-884 komen voor volledige vergoeding in aanmerking nu de gemaakte kosten redelijk en evenredig zijn.

 

Voor wat betreft de proceskosten van Oppo in de zaak 18-884 oordeelt de rechtbank als volgt. Een deel van de kosten is nodeloos gemaakt. Het gaat dan om kosten die verband houden met geweigerde stukken. Deze kosten worden in mindering gebracht op de opgevoerde kosten. Ten aanzien van de kosten die gemaakt zijn door Oppo met betrekking tot het FRAND-verweer stelt Sisvel dat het onredelijk is dat alle kosten die in dat verband zijn gemaakt zijn opgevoerd. Dit nu de rapporten zijn opgesteld ten behoeve van alle procedures wereldwijd. De rechtbank gaat niet mee in dit verweer. Nu Sisvel zich beroept op een wereldwijde licentie, ligt het voor de hand dat Oppo in haar FRAND-verweer de wereldwijde markt heeft betrokken.

 

De kosten van Wiko in de zaak 19-936 zijn redelijk en evenredig te achten. Sisvel heeft de hoogte van de opgevoerde kosten ook niet betwist. 

 

IEPT20210217, Rb Den Haag, Sisvel v BBK

 

ECLI:NL:RBDHA:2021:1266