Geen afslag maximum tarief proceskosten vanwege tussentijdse herroeping octrooi

21-12-2021 Print this page
IEPT20210420, Hof Den Haag, Bayer v Ceva

Europees octrooi herroepen in oppositie hangende de procedure. Resteert grieven proceskostenveroordeling. Geen afslag van maximum tarief proceskostenveroordeling ondanks zeer beperkt (voorbereiding van) pleidooi. 

 

PROCESKOSTEN

 

Bayer was houdster van EP496 'Formulierungen enthaltend Triazinone und Eisen'. Ceva heeft oppositie ingesteld bij het EOB, welke is afgewezen, Ceva heeft hiertegen beroep aangetekend bij de Technische Kamer van Beroep; daarbij is het octrooi volledig herroepen wegens inventiviteitsgebrek.
 

De voorzieningenrechter wees de verbodsvorderingen van Bayer af omdat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestond dat EP 496 bij de TKB in beroep zou worden herroepen of (voor het Nederlandse deel) in een bodemprocedure nietig verklaard wegens gebrek aan inventiviteit. 


Niet in geschil is dat vanwege de herroeping van het octrooi de grieven van Bayer niet opgaan, en dat haar inbreukvorderingen niet toewijsbaar zijn. Enkel de grief tegen de begroting proceskosten blijft over. 


In punt 7 van de Indicatietarieven Hof wordt uitsluitend bepaald dat bij gebreke van een onderbouwing van de kostenspecificatie zoals bedoeld in punt 5 in beginsel ten hoogste het liquidatietarief zal worden toegewezen. 


Bayer heeft er verder op gewezen dat Ceva geen indicatie heeft gegeven welk deel van de gevorderde kosten respectievelijk aan het principale en het incidentele beroep moet worden toegerekend. Dat is op zichzelf juist. In punt 9 is evenwel bepaald dat voor de toepassing van de tarieven principaal en incidenteel beroep als één procedure gelden, tenzij zij onvoldoende samenhangen.
 

Bayer heeft aangevoerd dat afslag zou moeten plaatsvinden, (de voorbereiding van) het pleidooi zeer beperkt is geweest vanwege de herroeping van het octrooi; 1019h Rv zou niet van toepassing zijn en Ceva heeft niet gereageerd op het openingsbod om de kosten te regelen. Bayer heeft niet onderbouwd gesteld waarom de proceskosten niet redelijk of onevenredig zouden zijn. 


Resteert vernietiging van het vonnis waarvan beroep en proceskostenveroordeling van €315.145.

 

IEPT20210420, Hof Den Haag, Bayer v Ceva

 

ECLI:NL:GHDHA:2021:2056