Matiging boete ondanks resultaatsverbintenis in vaststellingsovereenkomst FLEXPOWER

09-09-2021 Print this page
IEPT20210901, Rb Rotterdam, Flying Dutch v Olimp Laboratories

Vaststellingsovereenkomst met betrekking tot merkinbreuk. Uitleg van de overeenkomst: resultaatsverplichting als een inspanningsverplichting. Vooral een resultaatsverbintenis. Matiging boete.


IE-verbintenissenrecht

Sinds 2016 brengt Flexpower een in de Verenigde Staten ontwikkelde sportcrème voor professionele en recreatieve sporters op de EU en Nederlandse markt. Olimp is een in 1990 opgerichte Poolse farmaceutische onderneming, die zich onder meer bezighoudt met de productie en verkoop van voedingssupplementen. Waaronder een collageenpoeder (glucosamine) ter versterking van kraakbeen, botten en gewrichten onder de naam FLEXPOWER. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst met een sell-off period die verliep op 8 juli 2020.
 

Olimp heeft de vaststellingsovereenkomst overtreden doordat reclame-uitingen of promotiemateriaal op internet (YouTube en Facebook) staat.

Ter zitting heeft Olimp aangevoerd dat deze uitlatingen op de achtergrond zijn geraakt, omdat de focus uitging naar de enorme organisatie van het terughalen van het Inbreuk-product, het uitverkopen tijdens de uitfaseringsperiode en het aanschrijven van haar gigantische netwerk. Dit is een enorme klus geweest, aldus Olimp. De rechtbank is van oordeel dat daarin geen rechtvaardiging voor het online laten staan van de uitlatingen kan worden gevonden. 
 

De boete uit de vaststellingsovereenkomst wordt gematigd. De rechtbank betrekt bij haar oordeel ook dat hoofddoel en -strekking van de vaststellingsovereenkomst is dat de Inbreuk-producten van de markt verdwijnen. In dat kader bezien zijn twee oude reclame-uitlatingen die online zijn blijven staan van ondergeschikt belang. Anderzijds is de rechtbank met Flexpower van oordeel dat niet goed valt in te zien waarom de uitlatingen, ondanks herhaalde sommatie door Flexpower, niet door Olimp zijn verwijderd, zoals op grond van de vaststellingsovereenkomst wel vereist is. Al met al komt de rechtbank in de gegeven omstandigheden een boete van € 15.000,00 redelijk voor. 

IEPT-versie volgt.

 

ECLI:NL:RBROT:2021:8683