Niet-Nederlands octrooi, maar wel verbod inbreuk te maken in andere landen

08-10-2021 Print this page
IEPT20211001, Rb Rotterdam, Longi v Hanwha
(Met dank aan Theo Blomme, Hoyng ROKH Monegier)

Hanwha vordert in een land waarin zij geen octrooi heeft een verbod om in 9 andere landen inbreuk te maken op het octrooi, Verbod toegewezen voor zover gegrond op onrechtmatige daad. Geen sprake van inbreuk.


OCTROOIRECHT

Eerder was het afgiftebeslag al opgeheven (IEPT20210728). ISFH heeft een wereldwijde octrooiaanvraag ingediend voor een uitvinding waarbij een zonnecel wordt gefabriceerd met een zogenoemde oppervlakte-passiverende dubbele diëlektrische laag, waardoor de energieopbrengst van zonnepanelen hoger wordt. In Europa zijn er 16 landen waarvoor het octrooi is verleend. Voor 7 landen is het voorshands niet aannemelijk dat Hanwha de rechthebbende is. 

 

Voor de overige 9 landen is het voldoende aannemelijk dat de zonnepalen van Longi inbreuk maken op het octrooi en in die landen geen voorbehouden handelingen mogen worden verricht. Het opslaan, onder zich houden en verhandelen in Nederland zijn geen voorbehouden handelingen, want het octrooi geldt niet in Nederland. 

 

Voorshands moeten dergelijke handelingen, in het geval van afnemers in de hiervoor bedoelde zeven landen waar Hanwha gerechtigd is tot het octrooi, worden beschouwd als onrechtmatig jegens Hanwha, omdat daarmee inbreuk op het octrooi mogelijk wordt gemaakt, bevorderd althans aanzienlijk gefaciliteerd. Dat betekent dat de vrees van Hanwha dat LONGi Nederland inbreuk op haar octrooi zal faciliteren en aldus onrechtmatig zal handelen voorshands voldoende gerechtvaardigd is en dus een daarop gericht verbod in beginsel toewijsbaar is.


IEPT-versie volgt later
ECLI:NL:RBROT:2021:9551