‘Klokkenluider van justitie’ uitte onrechtmatig beschuldigingen over raadsheer
10-11-2022 Print this page
Uitingen gedaagde jegens raadsheer onrechtmatig. Inhoud en frequentie van de uitlatingen overschrijden wat de raadsheer uit hoofde van haar functie redelijkerwijs zou moeten accepteren. Uitingen (waaronder beschuldigingen van kindermisbruik) vinden geen steun in het beschikbare feitenmateriaal. Gedaagde moet alle onrechtmatige gedragingen staken en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Deze zaak speelt zich af tussen de Staat en gedaagde. De Staat komt op als werkgever voor de raadsheer jegens wie onrechtmatige uitingen worden gedaan door gedaagde. Gedaagde identificeert zich als ‘de klokkenluider van justitie’ en heeft herhaaldelijk via sociale media en fysieke uitingen drie concrete beschuldigingen geuit:
Het eerste verwijt betreft (enige) betrokkenheid van de raadsheer bij het onteigenen van familie van gedaagde. Het tweede verwijt is dat de raadsheer een rechtszaak van haar eigen echtgenoot behandeld zou hebben. Tot slot brengt gedaagde veelvuldig onder de aandacht dat de echtgenoot van de raadsheer hoofdverdachte zou zijn in een grootschalige kindermisbruik zaak, zijn eigen kinderen heeft misbruikt en deel uitmaakt van een pedonetwerk.
De rechtbank stelt voorop dat een afweging moet worden gemaakt tussen de vrijheid van meningsuiting van gedaagde (art. 10 lid 1 EVRM) en de bescherming van de goede naam en rechten van de raadsheer (art. 10 lid 2 EVRM). Hiervoor dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw genomen te worden. De rechtbank concludeert dat een afweging van de belangen in het voordeel van de Staat uitvalt. Zowel de inhoud als de frequentie van de uitlatingen ten aanzien van de raadsheer, alsmede de wijze waarop, overschrijden in verregaande mate wat de raadsheer uit hoofde van haar functie redelijkerwijs zou moeten accepteren.
Vervolgens stelt de rechtbank dat gedaagde geen enkele feitelijke onderbouwing heeft verschaft voor alle drie zijn verwijten en dat elke steun in de feiten ontbreekt. De rechter acht dit een zeer ernstige vorm van onrechtmatig handelen en wijst de primaire vordering van de Staat toe.
Gedaagde moet alle onrechtmatige gedragingen staken en gestaakt houden, een rectificatie plaatsen op Twitter en wordt veroordeeld in de proceskosten.