De dwangsom is verbeurd en beroep op art. 611d Rv (opheffing of matiging) slaagt niet: de gemeente heeft een inspanningsverplichting om zich maximaal in te spannen om tijdige plaatsing van het kunstwerk te realiseren en de gemeente heeft aan de verplichting tot tijdige plaatsing van het kunstwerk op het plein onvoldoende invulling gegeven. Geen aanleiding voor een tweede, hogere dwangsom: gelet op de huidige planning en de daarop door de projectleider van de gemeente gegeven toelichting, ziet het hof geen aanleiding aan de gemeente een tweede, hogere dwangsom op te leggen.
Kunstenaar S. heeft in opdracht van de gemeente een kunstwerk WEstLAndWElls/Virtual Fountains vervaardigd, dat op een locatie in Amsterdam zou worden geplaatst. Na protest van buurtbewoners in 2016 is besloten het kunstwerk niet op die locatie te plaatsen. In Kortgedingprocedure bij het hof (IEPT20201105 ; IEPT20180130) is de gemeente tot plaatsing op een alternatieve locatie veroordeeld. De dwangsom van €50.000 is verbeurd. De gemeente vordert op voet va 611d Rv opheffing dan wel matiging van de dwangsom. Dit wordt afgewezen.
Gelet op de huidige planning (plaatsing februari 2022), en de reeds in werking gestelde uitvoering (kap-, omgevingsvergunning en aanbesteding), ziet het hof geen aanleiding een tweede, hogere dwangsom op te leggen.
IEPT20211116, Hof Amsterdam, Plaatsing kunstwerk