In Duitsland en Engeland zijn delen octrooi in bodemprocedures al nietig bevonden
13-12-2021 Print this page
Kort geding. Buitenlandse bodemprocedures waarin het octrooi in delen nietig is verklaard, maken niet dat de Nederlandse kortgedingrechter zich geen eigen oordeel hoeft te vormen. Dit neemt niet weg dat de beslissingen in buitenlandse bodemprocedures wel degelijk een rol spelen bij de vraag naar de gerede kans dat conclusie 12 in een bodemprocedure nietig wordt bevonden. Het gaat in deze zaak om de vraag of er sprake is van een inventieve claim. Uit de stofconclusie volgt dat er geen sprake is van een inventieve claim. De verbodsvordering wordt afgewezen.
Bayer Groep brengt onder meer in Nederland het receptgeneesmiddel Nexavar® op de markt, waarvan het werkzame bestanddeel sorafenib is. Sorafenib is een proteïnekinaseremmer. Proteïnekinaseremmers blokkeren specifieke enzymen die proteïnekinasen worden genoemd. Het gebruik van Nexavar zorgt ervoor dat deze enzymen, waaronder RAF-kinase, worden geblokkeerd, waardoor de groei van kankercellen wordt verminderd en de bloedtoevoer wordt afgesneden.
De stof sorafenib werd aanvankelijk beschermd door Europees octrooi EP 1 140 840 (het basisoctrooi) van Bayer en naderhand tot 20 juli 2021 door ABC300242. Deze procedure ziet op een derde generatie divisional afgesplitst van EP 795, te weten EP 2 305 255 B1 voor ‘Aryl urea compounds in combination with other cytostatic or cytotoxic agents for treating human cancers’.
In Duitse en Engelse bodemprocedures zijn delen van EP255 al ongeldig bevonden, dat maakt niet dat de Nederlandse kortgedingrechter zich geen eigen oordeel hoeft te vormen. Echter zowel in de Duitse als de Engelse bodemprocedure zijn dezelfde dan wel vergelijkbare nietigheidsargumenten als in de onderhavige procedure zijn en dat het gaat om gezaghebbende buitenlandse rechterlijke colleges. Daarom spelen die beslissingen wel een rol bij de vraag naar de gerede kans dat conclusie 12 in een bodemprocedure hier te lande nietig wordt bevonden.
Dat geldt zeker voor de beslissing van de Engelse rechter, vanwege het uitgewerkte vonnis van 8 oktober 2021 (zie 2.20.2), waaruit volgt dat en waarom op geschilpunten die ook in dit kort geding voorliggen en op basis van documenten die ook in deze procedure zijn overgelegd, door de Engelse rechter in het nadeel van Bayer is beslist. De gerede kans dat de Nederlandse rechter in een bodemprocedure een vergelijkbare lijn zal volgen en zo tot nietigheid van conclusie 12 zal komen, kan onder die omstandigheden alleen worden weggenomen door overtuigende argumenten van Bayer. Bayer overtuigt echter niet.
De verbodsvordering wordt afgewezen.
IEPT20211210, Rb Den Haag, Bayer v Teva