Spoedeisend belang Ericsson ontbreekt voor preventieve ASI

11-10-2022 Print this page
IEPT20211216, Rb Den Haag, Ericsson v Apple

De voorzieningenrechter is internationaal bevoegd kennis te nemen van de grensoverschrijdende vorderingen van Ericsson tegen Apple Inc, Apple Distribution en Apple Sales: de vorderingen gelijkluidend en daarom is het doelmatig dat de voorzieningenrechter bevoegdheid aanneemt voor de vorderingen tegen Apple Inc die gegrond zijn op de dreiging dat Apple Inc ASI’s zal instellen met een gelding voor Nederland en België. De voorzieningenrechter is relatief bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Ericsson tegen Apple c.s.: enkel bevoegd kennis te nemen van de vorderingen voor zover deze zijn gegrond op de vrees dat Apple c.s. ASI’s zal instellen met gelding in Nederland en andere landen. Vorderingen met betrekking tot preventieve ASI afgewezen: spoedeisend belang ontbreekt. Vorderingen gegrond op de vrees dat Apple nakomings-ASI zal instellen, afgewezen: Apple moet mogelijkheid hebben om wanprestatie die voortvloeit uit het niet nakomen van de ‘covenant not to sue’ een halt toe te roepen.

PROCESRECHT

Ericsson vreest dat Apple c.s. een wereldwijde anti-suit injunction (ASI) zal aanspannen tegen haar, waarbij het Ericsson tevens zou worden verboden om een zogenaamde anti-ASI (AASI) te vorderen.

De voorzieningenrechter is op grond van artikel 7 lid 1 Rv internationaal bevoegd kennis te nemen van de grensoverschrijdende vorderingen van Ericsson tegen Apple Inc, enkel voor zover die gegrond zijn op de vrees dat Apple Inc ASI’s instelt met een gelding voor Nederland en België. Vorderingen van Ericsson tegen Apple Retail / Apple Benelux gegrond op de vrees dat zij ASI’s zullen vorderen met gelding buiten Nederland en/of België liggen daarmee op voorhand voor afwijzing gereed (en zijn in die zin inderdaad evident kansloos).

De voorzieningenrechter is relatief bevoegd van de vorderingen van Ericsson kennis te nemen voor zover die gegrond zijn op de vrees dat Apple c.s. ASI’s zal instellen met gelding in Nederland. Voor wat betreft de vorderingen gegrond op de vrees dat Apple c.s. ASI’s zal instellen met gelding in andere landen, acht de voorzieningenrechter zich eveneens relatief bevoegd en wel op basis van verknochtheid.

Niet is aannemelijk dat er een (reële) dreiging bestaat dat Apple c.s. een preventieve ASI tegen Ericsson zal instellen, zodat het spoedeisend belang van de vorderingen voor zover gegrond op deze stelling ontbreekt. Dat Apple c.s. niet bereid is een toezegging te doen geen ASI in te stellen tegen Ericsson, is op zichzelf onvoldoende dreiging als vereist voor het treffen van een voorlopige maatregel.

Vorderingen gegrond op de vrees dat Apple c.s. een nakomings-ASI tegen Ericsson zal instellen, worden afgewezen. Wanneer tussen partijen een ‘covenant not to sue’ is overeengekomen en één van partijen (beweerdelijk) wanprestatie pleegt door in strijd met deze overeenkomst toch een procedure tegen de andere partij in te stellen, dan moet de andere partij de mogelijkheid behouden om deze wanprestatie een halt toe te roepen.

Zie ook:

IEPT20211004, Rb Den Haag, Ericsson v Apple

IEPT20211018, Rb Den Haag, Ericsson v Apple

IEPT20211216, Rb Den Haag, Ericsson v Apple

ECLI:NL:RBDHA:2021:13881