Algemene voorwaarden branchevereniging bevatten bepalingen die niet met IE-recht samenhangen
20-04-2022 Print this page
Na faillissement vordert curator betaling eerste termijn en boete wegens delen van werktekeningen met twee partijen. Opschrift 'rechten van intellectuele eigendom' hangt niet samen met bredere strekking van het artikel en verbiedt het tonen van tekeningen, niet enkel waarop zij auteursrecht op heeft. Of sprake is van enige schending van intellectuele eigendom kan dan ook in het midden blijven.
IE-VERBINTENISSENRECHT - OPDRACHT
ACD heeft aan het Bouwbedrijf bevestigd dat zij van haar opdracht had gekregen tot het leveren en monteren van aluminium puien. In de bevestiging staat o.a. voorbehoud van auteursrechten onder verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche.
In de kern betoogt het Bouwbedrijf daartoe dat artikel 3 Algemene voorwaarden enkel betrekking heeft op rechten van intellectuele eigendom en dat ook de betreffende vordering van de curator uitgaat van een inbreuk op het intellectuele eigendomsrecht, terwijl de werktekeningen niet de intellectuele eigendom van ACD zijn, maar van de architect.
Het opschrift van artikel 3 AV luidt: “Rechten van intellectuele eigendom” en de leden 1 en 2 bevatten inderdaad bepalingen over auteursrechten en alle rechten van industriële eigendom. Echter bevatten de leden 2 en 3 ook bepalingen die niet samenhangen met enig recht van intellectuele eigendom. Gelijk de rechtbank heeft overwogen mag het Bouwbedrijf volgens lid 2 gegevens als tekeningen niet zonder toestemming aan derden tonen en volgens lid 3 garandeert zij dat zij dat niet zal doen, en volgt uit de formulering van dit artikel niet dat een en ander alleen geldt voor tekeningen waarop auteursrecht rust. Feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat partijen dat niettemin zijn overeengekomen, zijn gesteld noch gebleken.
Of sprake is van enige schending van intellectuele eigendom kan dan ook in het midden blijven. Dat betekent dat de daarop voortbouwende stellingen omtrent de vermeende schending van het auteursrecht over en weer geen bespreking behoeven. De grieven falen.