Geen handelsnaamgebruik door zoekwoord, wel onrechtmatig handelen De Laminaat Expert

07-10-2022 Print this page
IEPT20220414, Rb Rotterdam, DLE

Het beroep van [eiser01] op artikel 5 Hnw faalt: geen sprake is van handelsnaamgebruik aan de zijde van DLE. Het beroep van [eiser01] oneerlijke handelspraktijken (artt. 6:193b en 193c BW) slaagt niet: geen mededelingen die p de gemiddeld consument een misleidend effect hebben (gehad) over de identiteit van DLE. DLE handelt ex artikel 6:162 BW onrechtmatig jegens [eiser01]: DLE profiteert zonder noodzaak van de reputatie van [eiser01] door het, ondanks herhaalde sommaties, aanhoudende gebruik van de naam '[handelsnaam01]' op de, ook recent nog, geconstateerde wijze. De vordering onder 3.1 sub 2 op de meer subsidiaire grondslag wortd toegewezen in combinatie met een dwangsom: negatieve effect van de wijze(n) van gebruik door DLE door toewijzing van de vordering voldoende opgeheven.

 

GEBRUIK ALS HANDELSNAAM - ONRECHTMATIGE DAAD


Eiser houdt zich bezig met de detailhandel via het internet in laminaat- en PVC-vloeren. Zij verricht bijbehorende werkzaamheden, zoals het leggen van vloeren. DLE biedt haar diensten aan op het gebied van de in- en verkoop van (laminaat-)vloeren en toebehoren. DLE maakt op het internet gebruik van zoekwoorden en Google Adwords die volgens eisers een onrechtmatig gebruik opleveren van haar handelsnaam.


Bepalend voor het antwoord op de vraag of bij DLE ook sprake is van handelsnaamgebruik is dat, rekening houdend met de perceptie van het publiek, de houder onder de benaming van de gebruikte aanduiding o.a. via de daaronder gekoppelde website op commerciële wijze deelneemt aan het handelsverkeer. Het gebruik van de landingspagina door DLE en/of het (gewezen) gebruik van de handelsnaam op die webpagina en als Google AdWord maken echter nog niet dat sprake is van handelsnaamgebruik. DLE presenteerde zich in het verleden en ook op dit moment immers naar klanten toe verder niet onder de handelsnaam. 

 

DLE is puur uit marketingtechnische overwegingen de landingssite en de zoekwoorden gaan gebruiken. Het beroep op 5 Hnw faalt.

 

Ex 6:193b en 193c Bw is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is (geweest) van mededelingen die op de gemiddeld consument een misleidend effect hebben (gehad) over de identiteit van DLE. 

 

De voorzieningenrechter volgt eiser wel in het betoog dat DLE zonder noodzaak lijkt te profiteren van - en aan te haken bij - haar reputatie door, ondanks herhaalde sommaties, aanhoudend gebruik van de handelsnaam.

 

IEPT20220414, Rb Rotterdam DLE

ECLI:NL:RBROT:2022:7790