Afwijzing verbodsvorderingen inzake Standaard Essentieel Octrooi (SEP) Ericsson

09-05-2022 Print this page
IEPT20220509, Rb Den Haag, Ericsson v Apple

Bevoegdheid ex artikel 7(1) Rv is ruimer dan ex artikel 8(1) Brussels I bis-Vo. In plaats van de “nauwe” band en het vermijden van onverenigbare beslissingen heeft de Nederlandse wetgever in artikel 7 lid 1 Rv  gekozen voor “samenhang” tussen de vorderingen en redenen van “doelmatigheid”. Het is uit die bewoordingen evident dat de laatste voorwaarde ruimer is dan de eerste.

 

Voorzieningenrechter is onbevoegd kennis te nemen van de grensoverschrijdende vorderingen tegen Apple Inc, Apple Distribution en Apple Sales. De grensoverschrijdende vorderingen tegen de ankergedaagden zijn evident kansloos, reële band met Nederland ontbreekt (artikel 35 Brussel I bis-Vo). Ericsson heeft niets dan wel onvoldoende gesteld waaruit kan volgen dat de ankergedaagden voorbehouden handelingen verrichten in het buitenland, dan wel daarbij op enigerlei wijze betrokken zijn (daargelaten welk recht toepasselijk is op de vraag of sprake zou zijn van onrechtmatig handelen in de landen buiten Nederland).

 

Afwijzing inbreukvorderingen Ericsson inzake standaard essentieel octrooi (SEP) met betrekking tot 4G en 5G standaarden op grond van belangenafweging: ingrijpende gevolgen verbod voor Apple; partijen zijn geen concurrenten; Ericsson gericht op het genereren van licentie-inkomsten en schade van Ericsson louter financieel.

 

IEPT20220509, Rb Den Haag, Ericsson v Apple

ECLI:NL:RBDHA:2022:6079