Bevel tot opgave door rechtbank te ruim geformuleerd

02-06-2022 Print this page
IEPT20220531, Hof Den Haag, Delicasea v Bacardi
(Met dank aan Edwin van der Velde en Paul Tjiam, Simmons & Simmons)

Tenuitvoerlegging van het bevel van de rechtbank tot opgave geschorst voor zover dit meer omvat dan de door de rechtbank specifiek vastgestelde inbreuken: opgave en winstafdracht van ‘Bacardiproducten’ te ruim geformuleerd, uit het feit dat de rechtbank heeft geoordeeld dat verweer niet slaagt bij de Cotral en EW-transacties, volgt niet zonder meer dat het verweer ook niet slaagt ten aanzien van de talrijke andere transacties.

HANDHAVING – PROCESRECHT

Incident tussen DelicaSea en Bacardi. Deze zaak gaat over een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een tussen Bacardi en Delicasea gewezen vonnis waarin Delicasea wegens merkinbreuk is veroordeeld schriftelijk opgave te doen van leveranciers en afnemers van verkochte Bacardi producten en winst af te dragen. Delicasea vordert dat het hof de tenuitvoerlegging van deze veroordelingen schorst totdat in hoger beroep is beslist over de hoofdzaak.

Het hof schorst het bevel tot opgave voor zover dit meer omvat dan de door de rechtbank specifiek vastgestelde inbreuken. Het doel van de opgevaverplichting is de verstrekking van alle informatie over de vastgestelde inbreuken. In dit geval heeft de rechtbank alleen ter zake van de Cotral en EW-transacties inbreuk op de merkenrechten van Bacardi vastgesteld. De rechtbank heeft Delicasea vervolgens bevolen tot opgave en winstafdracht ter zake van door de rechtbank in het eindvonnis gedefinieerde 'Bacardiproducten'. De door de rechtbank in 5.110 van het vonnis gehanteerde definitie van 'Bacardi-producten' is ruimer dan de producten ten aanzien waarvan met betrekking tot de Cotral en EW -transacties merkinbreuk is vastgesteld. Voor zover het gaat om andere dan de Cotral en EW-transacties legt het opgavebevel op Delicasea de last om voor iedere transactie zelf te beoordelen of daarbij van inbreukmakend handelen sprake is. Dat is in deze zaak een probleem omdat Delicasea het standpunt inneemt dat het gaat om legitieme parallelhandel en of dat verweer slaagt moet per transactie worden beoordeeld. Dat dit verweer niet slaagt bij de Cotral en EW-transacties volgt niet zonder meer dat het verweer niet slaagt ten aanzien van talrijke andere transacties.

Mede gezien het in de hoofdzaak in hoger beroep hierover nog te voeren debat en de door de rechtbank aan het bevel verbonden dwangsommen, levert dit een aanzienlijk risico van executiegeschillen op.

 

ECLI:NL:GHDHA:2022:1262
IEPT20220531, Hof Den Haag, Delicasea v Bacardi
Kopie van het originele arrest