Inzagevorderingen ex. artikel 843a Rv afgewezen nu inbreuk op octrooien onvoldoende aannemelijk is

18-07-2022 Print this page
IEPT20220712, Rb Den Haag, SEaB Power v The Waste Transformers

Vordering tot zekerheidstelling afgewezen: uitzondering van artikel 224 lid 2 sub a Rv van toepassing en geen restitutierisico. Verzochte inzage dient geen redelijk doel: de door SEaB verzochte inzage is niet meer relevant doordat eventueel bewijs - indien geleverd - niet kan maken dat er sprake is van inbreuk op zowel conclusie 1 van EP 589 als conclusie 1 van EP 420. The Waste Transformers past betreffende conclusie-kenmerken voorshands oordeeld niet toe: gemiddelde vakpersoon interpreteert conclusie-kenmerken van EP 589 en EP 420 met een benodigde volgordelijkheid van stappen die niet wordt toegepast in de Waste Transformers installatie.

 

PROCESRECHT - OCTROOIRECHT

 

SEaB vordert in beide kort geding zaken inzage van bescheiden in de zin van artikel 843a Rv. SEaB is houdster van EP 589 en EP 420, beide getiteld "Portable renewable energy microgeneration system". De door SEaB verzochte inzage is gericht op het vinden van bewijs dat er mogelijk andere kleine tanks zijn in de verplaatsbare installatie voor recycling van afval, de 'Waste Transformers', van TWT c.s. waarin eventueel pasteurisatie of thermofiele anaerobe vertering plaatsvindt, zodat aan kenmerk iii van zowel conclusie 1 van EP 589 als conclusie 1 van EP 420 wordt voldaan. 

 

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemiddelde vakpersoon de respectievelijke kenmerken zodanig zal interpreteren dat volgens de conclusies eerst een pasteurisatie (of thermofiele anaerobe vertering) op het afval plaats moet vinden in de kleine opslagtanks en daarna mesofiele vertering van het afval in de (tweede) grote tank. Daarbij wordt de stelling dat een oneindige cyclus van afvalverwerking zou ontstaan verworpen. De octrooihouder heeft onderkend dat een deel van de afvalstroom kan worden teruggeleid, maar heeft er toch voor gekozen een duidelijke volgorde van de processtappen in de conclusies van de octrooien op te nemen. SEaB beoogt met haar betoog in wezen het kenmerk "nadat" ("after") en de daarin besloten volgorde van de tanks/stappen weg te interpreteren, hetgeen voorhands strijdig voorkomt met de redelijke rechtszekerheid voor derden. Aangezien in de The Waste Transformers installatie eerst mesofiele vertering plaatsvindt en pas daarna wordt gepasteuriseerd past TWT c.s. het kenmerk iv van EP 589 en het kenmerk vi van EP420 niet toe. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit ook niet anders wordt indien de genoemde mogelijke kleine opslagtanks in de nitrificatie-eenheid aan het Waste Transformers systeem worden toegevoegd, aangezien deze de benodigde volgorde niet anders maken. 

 

De door SEaB verzochte inzage is niet meer relevant nu dat bewijs - indien geleverd - niet kan maken dat er sprake is van inbreuk op zowel conclusie 1 van EP 589 als conclusie 1 van EP 420. De verzochte inzage dient geen redelijk doel en wordt afgewezen.

 

SEaB wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Partijen hebben afgesproken dat de proceskosten per zaak € 10.000,- bedragen, zodat daarvan wordt uitgegaan.

 

IEPT20220712, Rb Den Haag, The Waste Transformers v SEaB Power

 

(kopie origineel vonnis)