Eiser had geen kort geding, maar een spoedarbitrage aanhangig moeten maken
05-09-2022 Print this page
Distributieovereenkomst. Eiser zich baseert op nakoming van een distributieovereenkomst, danwel onrechtmatig handelen. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd ten aanzien van een gedaagde omdat de voorzieningenrechter meent dat een spoedarbitrage aanhangig gemaakt had moeten worden. Voorts is niet aannemelijk geworden dat onrechtmatig is handelen dan wel sprake is van dreigend onrechtmatig handelen.
DISTRIBUTIEOVEREENKOMST - KORT GEDING
Dirinco exploiteert een groothandel in medische producten. Zij verkoopt, verhuurt dan wel geeft medische machines in gebruik aan ziekenhuizen in Nederland, welke Dirinco op basis van een distributieovereenkomst met de producent althans toeleverancier heeft gekocht.
Fresenius informeert Dirinco dat zij een essentieel product welke nodig is voor het gebruik van machines niet meer zal leveren en dat zij bij ziekenhuizen zelf het aanbod zal doen bij haar direct alternatieve machines af te nemen. Dirinco geeft te kennen dat de distributieovereenkomst nog van kracht is.
Er is een arbitraal beding opgenomen in de overeenkomst. De voorzieningenrechter meent dat de gevolgen van het beroep op het arbitraal beding naar Nederlands recht als lex fori moet worden beantwoord. Krachtens art. 1074d Rv gaat het erom of Dirinco niet of niet tijdig in arbitrage de in kort geding gevorderde beslissingen kan verkrijgen. Die vraag beantwoordt de voorzieningenrechter ontkennend en daarom verklaart hij zich onbevoegd met betrekking tot de vorderingen van Dirinco op Fresenius.
Uit het door Fresenius c.s. overgelegde rapport van het ICDR uit het najaar van 2016 blijkt dat een arbitraal spoedvonnis in het algemeen binnen veertien dagen kan worden verkregen. Dirinco heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de gevorderde beslissingen niet of niet tijdig door middel van de overeengekomen arbitrage hadden kunnen worden verkregen.
Daar voegt de voorzieningenrechter ten overvloede aan toe dat hij voorshands meent dat een (buitenlands) arbitraal vonnis op korte termijn van een exequatur had kunnen worden voorzien en vervolgens in Nederland of Duitsland ten uitvoer had kunnen worden gelegd.
Conclusie van de voorzieningenrechter is dat Dirinco geen kort geding maar een spoedarbitrage aanhangig had moeten maken.