Stichting BREIN aangewezen als exclusieve (collectieve) belangenbehartiger
20-09-2022 Print this page
Via artikel 3:305a BW collectieve actie van stichting BREIN. Tussenvonnis met beslissingen over de ontvankelijkheid van de vordering van Stichting BREIN tot aanwijzing als een exclusieve belangenbehartiger en bepalingen ter uitvoering van de opt-out regeling.
AUTEURSRECHT
Gedaagde verkoopt via zijn winkel en websites op grote schaal IPTV-pakketten, die via een hyperlink toegang geven tot duizenden illegale kopieën van beschermde films, tv-series en (live)streams van tv-zenders. De verkoop van deze IPTV-pakketten levert een inbreuk op auteursrechten en naburige rechten op.
BREIN heeft na een ex parte bevel en verlof van de voorzieningenrechter conservatoir bewijsbeslag en derdenbeslag gelegd. Gedaagde heeft onvoldoende medewerking verleend aan het bewijsbeslag. Na betekening van het ex parte bevel heeft hij IPTV-pakketten laten doorlopen en de websites weer online gezet. Hierdoor is het maximum aan dwangsommen verbeurd.
De dagvaarding bevat een vordering in een collectieve actie op grond van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De vordering van BREIN voldoet aan het vereiste van artikel 3:305a lid 1 BW. BREIN is een stichting die als doel heeft de collectieve bestrijding van auteursrechtinbreuken met name ten behoeve van de bij haar aangesloten rechthebbenden, wat ook tot uitdrukking komt in haar statuten.
De vordering van BREIN voldoet ook aan de vereisten van artikel 3:305a lid 3 BW. Zij heeft geen winstoogmerk en vordert geen schadevergoeding. De vordering heeft voldoende band met de Nederlandse rechtssfeer. De rechtbank zal BREIN als exclusieve belangenbehartiger als bedoeld in artikel 1018e Rv aanwijzen. Bovendien zal in een aantal landelijke dagbladen een advertentie worden geplaatst ter uitvoering de bekendmaking van de opt-out regeling.