Geen redelijke mate van zekerheid dat Land Rover Defender in het land van oorsprong - Verenigd Koninkrijk - auteursrechtelijk is beschermd

22-09-2022 Print this page
IEPT20220906, Hof Arnhem-Leeuwarden, Jaguar Land Rover v Ineos

JLR heeft met haar nadere toelichting de voorwerpen waarvoor zij auteursrechtelijke bescherming inroept voldoende objectief en nauwkeurig heeft geïdentificeerd en voldoet aan de voorwaarden die het HvJ EU heeft gesteld in het Levola-arrest van 13 november 2018. Wijziging van land van oorsprong naar Zwitserland niet toegestaan wegens strijd met tweeconclusieregel. Reciprociteitstoets (artikel 2(7) Berner Conventie) na Brexit onverminderd van toepassing op onderdanen uit het Verenigd Koninkrijk, geen verboden discriminatie (artikel 18 VWEU). Geen redelijke mate van zekerheid dat de Defender Vormgeving en de Geschouderde Basisvorm in het land van oorsprong – het Verenigd Koninkrijk – auteursrechtelijk beschermd zijn. Proceskosten € 82.034: maximale indicatietarief voor feitelijk complexe zaak (2 x € 25.000) en redelijke kosten opinies deskundigen.

AUTEURSRECHT - INTERNATIONALE TOEPASSING

Centraal in dit kort geding staat de vraag of de driedimensionale vormgeving van het exterieur van de Land Rover Defender in Nederland auteursrechtelijke bescherming geniet. Het hof zal de vraag net als de voorzieningenrechter (IEPT20220218) maar op andere gronden ontkennend beantwoorden. De Defender vormgeving is - naar eerder oordeel - naar Nederlands recht onvoldoende oorspronkelijk is om als werk te worden aangemerkt alsook onvoldoende objectief en nauwkeurig kan worden geïdentificeerd. Het hof is van oordeel dat door nadere toelichting de voorwerpen waarvoor zij auteursrechtelijke bescherming inroept voldoende objectief en nauwkeurig zijn geïdentificeerd. 

 

De reciprociteit van artikel 2 lid 7 BC stelt dat een partij die aanspraak maakt op auteursrechtelijke bescherming in Nederland, aannemelijk zal hebben te maken dat het werk in het land van oorsprong wordt beschermd. Jaguar Landrover wijzigt haar stellingen dat Nederland naast het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland als land van oorsprong wordt aangemerkt. Het bezwaar tegen de nieuwe stellingname betreft Zwitserland is gegrond. De tweeconclusieregel laat dit in deze fase van de procedure niet toe.

 

Indien al moet worden aangenomen dat naar Engels recht de vormgeving van een voertuig als werk van toegepaste kunst auteursrechtelijk is te beschermen, dan is de vervolgvraag of de Geschouderde Basisvorm en de Defender Vormgeving naar Engels recht in concreto die bescherming zullen genieten. Er zijn diverse omstandigheden die auteursrechtelijke bescherming in de weg staan. Zo zijn deze ontwerpen (slechts) een variatie vormen op de eerdere Series I en de ‘Royal Station Wagon’ van 1956, waarop geen auteursrecht rust en waarvan het auteursrecht in elk geval niet door JLR is ingeroepen. De daarna aangebrachte wijzigingen, aangemerkt als vrije vormgevingskeuzes worden aangemerkt, volgen geheel of deels uit technische en functionele vereisten en zijn daarom niet beschermd.

 

Met een redelijke mate van zekerheid kan het hof niet vaststellen dat de werken beschermd zijn in het Verenigd Koninkrijk. En daarmee ook in Nederland geen aanspraak kan maken op auteursrechtelijke bescherming. Het hof zal de vorderingen daarom afwijzen, net als voorzieningenrechter, maar op een andere grond.
 

IEPT20220906 Hof Arnhem-Leeuwarden, Jaguar Land Rover v Ineos


ECLI:NL:GHARL:2022:8162