HvJ EU: Hotel behoeft geen toestemming van omroeporganisaties voor doorgifte via de coaxkabel
12-09-2022 Print this pageGeen uitsluitend recht voor omroeporganisaties inzake doorgifte via de kabel. Artikel 1(3) van de Satelliet en kabelrichtlijn (93/83/EEG) roept geen uitsluitend recht voor omroeporganisaties in het leven om doorgifte via de kabel in de zin van deze bepaling toe te staan of te verbieden. Doorgifte via de kabel beperkt tot doorgifte door exploitanten van klassieke kabelnetten. Geen “doorgifte via de kabel” in geval van de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte van televisie- of radioprogramma’s die per satelliet worden uitgezonden en voor ontvangst door het publiek zijn bestemd, wanneer deze doorgifte geschiedt door een andere organisatie dan een kabelmaatschappij in de zin van deze richtlijn, zoals een hotel.
AUTEURSRECHT - NABURIGE RECHTEN
Zaak C‑716/20 (via Minbuza): Verzoeker (RTL Television GmbH) is een omroeporganisatie die radio- en televisie-uitzendingen verzorgt die bestemd zijn voor ontvangst door het grote publiek. Verzoeker verzorgt o.a. uitzendingen van diverse “gratis” televisiezenders (zenders waarvan de ontvangst en het gebruik voor privédoeleinden niet aan licentievergoeding zijn onderworpen) waaronder de zender RTL, wat vooral gericht is op de Duitssprekende bevolking van de Unie. Het is technisch mogelijk – gezien het bereik van het satellietsignaal – om de zender RTL in Portugal te ontvangen. Verweerster Salvor, waarin verweerster Grupo Pestana een directe deelneming van 98,98% heeft, is een Portugese vennootschap die actief is in de hotelsector. Verzoeker betoogt dat sommige van de door verweerster Salvor geëxploiteerde hotels hun gasten sinds 2014 de mogelijkheid bieden om af te stemmen op de zender RTL, omdat zij het signaal opvangen met een schotelantenne en dit via een netwerk van coaxkabels doorgeven aan de in de hotelkamers geïnstalleerde televisietoestellen. Wat de ontvangst en het gebruik van dit signaal door kabeltelevisie-exploitanten of hotels betreft, is verzoeker van mening dat zij het recht heeft om de doorgifte en mededeling aan het publiek van haar uitzendingen toe te staan, onder de voorwaarden die zij passend acht, of te verbieden, aangezien zij hiertoe gewoonlijk licentieovereenkomsten sluit. De rechter in eerste aanleg heeft geoordeeld dat de doorgifte van de zender RTL door verweerster Salvor in de kamers van haar hotels geen schending oplevert van de bepalingen van het CDADC (Portugees wetboek op auteursrechten) omdat het geen omroeporganisatie betreft. Het hierop ingestelde beroep door verzoeker werd verworpen. Verzoeker heeft daarop bij de verwijzende rechter cassatieberoep ingesteld.
Gestelde vragen
1. Moet het begrip „doorgifte via de kabel” in artikel 1, lid 3, van richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 aldus worden uitgelegd dat het niet alleen betrekking heeft op de gelijktijdige uitzending door een omroeporganisatie van een uitzending van een andere omroeporganisatie, maar ook op de gelijktijdige, integrale doorgifte via de kabel aan het publiek (al dan niet door een omroeporganisatie) van een eerste uitzending van radio- of televisieprogramma’s die voor ontvangst door het publiek bestemd zijn?
2. Is de gelijktijdige doorgifte van satellietuitzendingen van een televisiezender, via de coaxkabel, door middel van in hotelkamers geïnstalleerde televisietoestellen, aan te merken als een doorgifte van die uitzendingen in de zin van artikel 1, lid 3, van richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993?
Antwoord HvJ EU:
Artikel 1, lid 3, van richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat:
– het voor omroeporganisaties geen uitsluitend recht in het leven roept om doorgifte via de kabel in de zin van deze bepaling toe te staan of te verbieden, en
– de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte van televisie- of radioprogramma’s die per satelliet worden uitgezonden en voor ontvangst door het publiek zijn bestemd, geen dergelijke doorgifte is wanneer deze doorgifte geschiedt door een andere organisatie dan een kabelmaatschappij in de zin van deze richtlijn, zoals een hotel.