Collectieve beheersorganisaties mogen vrijstellingen en terugbetalingen toekennen wanneer dit gebeurt op basis van objectieve criteria die geen ruimte laten voor een beoordelingsmarge en tegen dergelijke besluiten onafhankelijk openstaat: een nationale regeling die bepaalt dat de toekenning van vrijstellingscertificaten en terugbetalingen tijdig moet gebeuren op basis van objectieve criteria die geen beoordelingsmarge laten aan de rechtspersoon kan voldoen aan de vereisten van artikel 5 lid 2 onder b). Om elk risico van partijdigheid van een rechtspersoon bij toekenning van vrijstellingscertificaten en terugbetalingen te vermijden moet tegen besluiten van deze rechtspersoon tot weigering van toekenning beroep kunnen worden ingesteld bij een onafhankelijke instantie. Collectieve beheersorganisaties mogen inzage vragen in de gegevens die nodig zijn voor de uitoefening van de controlebevoegdheden: de rechtspersoon en de beheerorganisaties zijn wel verplicht tot geheimhouding van gegevens voor zover die vertrouwelijk kunnen zijn.
Zaak C-263/21. Beroep tegen Koninklijk Besluit en het daarin geregelde stelsel van billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik. Door de wijziging is een stelsel van billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik ingevoerd. Is het verenigbaar dat de nationale wetgeving die rechtspersoon de bevoegdheid verleent om informatie op te vragen, waaronder informatie over de boekhouding, van diegenen die verzoeken om afgifte van het certificaat inzake vrijstelling van de verplichting tot betaling van de billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik?
Gestelde vragen (MinBuza C-263/21):
1. Is de wijze waarop de in lid 10 van het nieuwe artikel 25 van de wet op de intellectuele eigendom bedoelde rechtspersoon is samengesteld verenigbaar met richtlijn 2001/29/EG of, meer in het algemeen, met de algemene beginselen van het Unierecht?
2. Is het verenigbaar met richtlijn 2001/29/EG of met de algemene beginselen van het Unierecht, dat de nationale wetgeving die rechtspersoon de bevoegdheid verleent om informatie op te vragen, waaronder informatie over de boekhouding, van diegenen die verzoeken om afgifte van een certificaat inzake vrijstelling van de verplichting tot betaling van de billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik?
Antwoord HvJEU:
1) Artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, en het beginsel van gelijke behandeling moeten aldus worden uitgelegd dat: zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling krachtens welke een rechtspersoon die is opgericht door en onder zeggenschap staat van de organisaties voor het beheer van intellectuele-eigendomsrechten, wordt belast met het beheer van de betalingsvrijstellingen en de terugbetalingen van de compensatie voor het kopiëren voor privégebruik, wanneer die nationale regeling bepaalt dat de afgifte van de vrijstellingscertificaten en de toekenning van de terugbetalingen tijdig moeten gebeuren op basis van objectieve criteria die deze rechtspersoon niet de mogelijkheid bieden om een aanvraag voor een dergelijk certificaat of een dergelijke terugbetaling af te wijzen op grond van overwegingen die de uitoefening van een beoordelingsmarge impliceren, en dat tegen de besluiten van die rechtspersoon tot afwijzing van een dergelijke aanvraag beroep kan worden ingesteld bij een onafhankelijke instantie.
2) Artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29 en het beginsel van gelijke behandeling moeten aldus worden uitgelegd dat: zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling op grond waarvan een rechtspersoon die is opgericht door en onder zeggenschap staat van de organisaties voor het beheer van intellectuele-eigendomsrechten en die is belast met het beheer van de betalingsvrijstellingen en de terugbetalingen van de compensatie voor het kopiëren voor privégebruik, inzage mag vragen in de gegevens die nodig zijn voor de uitoefening van de controlebevoegdheden die hem daartoe zijn verleend, zonder dat deze rechtspersoon met name het geheime karakter van de bedrijfsboekhouding waarin het nationale recht voorziet, kan worden tegengeworpen, waarbij deze rechtspersoon verplicht is de vertrouwelijkheid van de verkregen informatie te waarborgen.
ECLI:EU:C:2022:644 en zaak C‑263/21
Deze uitspraak wordt besproken in de volgende webinar:
IE-Update 2022 3e kwartaal