IE-rechten op aangepast conceptontwerp model sleepboot zijn overgedragen

11-10-2022 Print this page
IEPT20221005, Rb Rotterdam, IMC v NVS

Nederlands recht is van toepassing: uit artikel 16 van de IPS-overeenkomst vloeit voort dat partijen voor het onderhavige geschil een rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht die op grond van artikel 3 lid 1 Rome I dan wel artikel 14 lid 1 Rome II tussen partijen te gelden heeft. De IE-rechten op het 2410-conceptontwerp zijn aan NVS overgedragen: beschermd zijn het door IMC onworpen hellende dek (met de daarbij behorende bijzonderheden) en de vormgeving van de romp. Niet aannemelijk geworden dat NVS de geheimhoudingsplicht heeft geschonden: IMC heeft de stellingen van NVS, waaruit volgt dat zij geen stukken met betrekking tot het conceptontwerp van het 2410-model heeft ontvangen van IMC maar IMC zelf de 'finale files' aan NAM heeft verstrekt, niet weerlegd. De vorderingen tot het verstrekken van informatie ex artikel 843a Rv en het bepalen van een termijn ex artikel 1019i Rv worden afgewezen: geen inbreuk door NVS op enig IE-recht van IMC.


ONTWIKKELOVEREENKOMST

Partijen hebben een overeenkomst over het ontwerp en de IE-rechten van model sleepboot 2409. Overeengekomen is dat vergoeding door IMC aan NVS in termijnen geschiedt wanneer gedaagde een 2409 boot verkoopt aan derden. Partijen zijn gezamenlijk voortgegaan met de doorontwikkeling van een iets groter model sleepboot (2410-model). Gedaagde heeft een 2410 verkocht aan een derde. 
 

Partijen twisten over de vraag of gedaagde het ontwerp en de IE-rechten van het 2410-model op grond van de koopovereenkomst van eiser heeft overgenomen. IMC meent dat 2410 moet worden beschouwd als een larger all rounder. NVS meent dat de verschillen tussen de modellen beperkt zijn. 


In de overeenkomst worden drie situaties omschreven: (1) de ontwikkeling van het ontwerp van het 2409-model, (2) mogelijke aanpassingen van dat model naar aanleiding van specifieke klantverzoeken en (3) een grotere All-Rounder met een (significant) grotere trekkracht en lier, waarop IE en octrooirechten van IMC rusten. 


Het betreft duidelijk een doorontwikkeling van het 2409-model. Partijen hebben bij situatie 3 blijkbaar het oog gehad op een nieuw te ontwikkelen, duidelijk van het 2409-model afwijkende boot, waarop IMC dan ook eigen, nieuwe IE-rechten zou verkrijgen.
 

Daaruit volgt dat voorshands de octrooi- en andere IE-rechten op het 2410-conceptontwerp aan NVS zijn overgedragen. 

De vorderingen van IMC worden afgewezen.

ECLI:NL:RBROT:2022:8323

IEPT20221005, Rb Rotterdam, IMC v NVS