Geen onrechtmatigheid - oplichter zocht zelf publiciteit

15-11-2022 Print this page
IEPT20221025, Hof Amsterdam, Geïntimeerde v Oplichter

Het gaat in deze zaak om publicaties die geïntimeerde op zijn website heeft gedaan over appellante en waarvan de strekking is, kort gezegd, dat appellante een oplichter is. In de publicaties zijn onder meer de naam, de geboortedatum en een foto van appellante opgenomen. Appellante vordert een uitspraak dat deze publicaties onrechtmatig zijn en dat geïntimeerde daarom schadeplichtig is, alsmede een verbod op dergelijke publicaties in de toekomst. Afgewezen.

PUBLICATIE


Via een website hebben vanaf 2003 artikelen gestaan die eerder in landelijke dagbladen zijn gepubliceerd alsmede een dossier van 28 pagina's over appellante. Daarin worden zijn volledige naam en geboortedatum genoemd, is een herkenbare foto opgenomen en wordt appellante als meesteroplichter aangeduid. De rechtbank stelt dat er sprake is van verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden en dat de vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt dan de privacy. De pers heeft een waakhondfunctie, in het bijzonder ten aanzien van het delict oplichting en het belang van waarschuwing van het publiek. Niet gebleken dat de publicaties onjuist zijn.

 

De betrokken website strekte tot berichtgeving over oplichtingspraktijken in Nederland waarin appellante blijkens de opgenomen berichten een hoofdrol speelde, welke berichtgeving mede als doel had om die oplichting aan de kaak te stellen en te voorkomen dat anderen daarvan in de toekomst slachtoffer zouden worden. 

 

Ten aanzien van de bekendheid van de betrokken persoon en diens eerdere gedrag, weegt het hof mee dat appellante weliswaar niet een bekende Nederlander is maar wel iemand die, nadat hij in 1999 en in 2003 al met naam en voornaam in de pers was gekomen wegens aan hem verweten oplichting, in 2003 zelf de publiciteit zocht middels (door hem betaalde) televisie-optredens. Het portret van appellante dat was afgebeeld op de website van geïntimeerde was ontleend aan een uitzending van het programma 'TROS Opgelicht!' Ook in de jaren 2004 tot 2010, 2014 en 2016 verschenen in diverse landelijke dagbladen artikelen over appellante waarin hij met naam en voornaam werd genoemd en werd bericht over nieuwe gevallen van oplichting of soortgelijke activiteiten die door appellante waren begaan of waarvan hij werd verdacht. 

 

Er is geen aanleiding anders te oordelen over het recht van geïntimeerde op vrijheid van meningsuiting tegenover het recht van appellante op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Geïntimeerde heeft uiteindelijk in maart 2019, daags nadat hem de dagvaarding in eerste aanleg was betekend, de bewuste gegevens van de website doen verwijderen. 


Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

 

ECLI:NL:GHAMS:2022:3023