Proceskostengeschil. Verrekening. Gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Gedaagden heeft in opdracht van ETP een softwaresysteem ontwikkeld voor een handelsplatform voor de plantenbranche, waarna tussen partijen een geschil is ontstaan over de (intellectuele) eigendomsrechten. ETP heeft gedaagden in kort geding gedagvaard. De vorderingen van ETP in deze procedure waren deels auteursrechtelijk van aard (het IE-deel), en deels niet (het overige deel). Bij vonnis van 26 maart 2021 is ETP veroordeeld tot betaling van de proceskosten: €11.149,40.
Bij arrest in kort geding van 1 februari 2022 (hierna: het kg-arrest) heeft het hof het kg-vonnis vernietigd en gedaagde veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg van ETP: €1.759,61.
Het hof heeft het kg-vonnis in zijn geheel vernietigd, waaronder dus ook de gehele proceskostenveroordeling, die bestond uit een IE-deel én een overig deel. Daarmee is de grondslag voor de betaling door ETP van die proceskosten, ook wat het IE-deel betreft, weggevallen. Een vernietiging van het kortgedingvonnis in hoger beroep heeft terugwerkende kracht. Dat brengt mee dat alles wat ter uitvoering van het kortgedingvonnis is betaald, moet worden teruggedraaid. [gedaagden] zijn dus verplicht om de onverschuldigd betaalde proceskosten terug te betalen aan ETP.
Verder volgt uit het gesloten stelsel van rechtsmiddelen dat uitsluitend door het instellen van een rechtsmiddel geprobeerd kan worden een ander oordeel te krijgen over een vordering waarover de rechter heeft beslist. De slotsom is dat gedaagden het door ETP betaalde bedrag van € 11.149,40 moeten terugbetalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop onverschuldigd is betaald.
ETP mag deze vordering op gedaagden verrekenen met vorderingen van gedaagden op haar, zoals de proceskosten in de bodemprocedure en de twee facturen voor geleverde support.
De kantonrechter verklaart voor recht dat met de vernietiging van het kg-vonnis door het hof de rechtsgrond aan de betaling van de proceskosten van € 11.149,40 is komen te ontvallen.
Het door ETP verschuldigde bedrag ter zake de bodemprocedure tot een bedrag van € 8.291,25 door middel van de verrekeningsverklaring van 20 april 2022 is verrekend met de vordering van € 11.149,40 die ETP heeft op [gedaagden], ten gevolge waarvan de vordering van [gedaagden] tot het gehele beloop tenietgegaan is,
De proceskosten van deze procedure worden gecompenseert.