Geen rectificatie voor publiekelijk bekendmaken vervolgingsbeslissing, dat kan vóór dagvaarding
19-04-2023 Print this page
Vordering tot rectificatie uitlatingen OM afgewezen. Eisers - juridisch adviseurs en fiscalisten - menen dat er nog slechts sprake is van onderzoeksfase. Op basis van resultaten uit eigen - destijds al afgerond - onderzoek heeft de vervolgbeslissing al een definitief karakter. Het publiekelijk bekend maken van de vervolgingsbeslissing (via de website om.nl) hoefde niet te worden afgewacht tot moment van daadwerkelijke dagvaarding. Geen sprake van onrechtmatig handelen OM.
PUBLICATIE
Eisers zijn beiden als juridisch adviseurs en fiscalisten werkzaam bij advieskantoor. Op de website van het OM is een persbericht geplaatst met als kop 'OM vervolgt twee juridisch adviseurs wegens poging afdreiging'. Eisers sommeren het OM het persbericht te rectificeren. De recherche officier van justitie reageert daarop dat er wel degelijk een definitieve vervolgingsbeslissing genomen. Om eventuele verspilling van kostbare zittingstijd te voorkomen is er echter voor gekozen om u niet meteen te dagvaarden, omdat dat mogelijk zou betekenen dat u eerst met onderzoekswensen zou komen zodat de zaak aangehouden zou moeten worden. Die gelegenheid is eisers daarom geboden, zodat de zaak de pas op zitting zou kunnen worden aangebracht als er geen onderzoekswensen meer zouden resteren.
Niet ter discussie staat dat het OM tot op heden niet tot dagvaarding van eisers is overgegaan.
In het geval van eisers is volgens de Staat om pragmatische redenen besloten om pas tot dagvaarding over te gaan als eventueel aanvullend onderzoek is afgerond. Dit komt de voorzieningenrechter zonder meer begrijpelijk en praktisch voor, aangezien hiermee wordt voorkomen dat de behandeling van de strafzaken jegens eisers moet worden aangehouden in verband met eerst ter zitting blijkende onderzoekswensen van eisers, waarvoor de onderzoeksfase mogelijk zou moeten worden heropend. Dat zou, zoals de Staat heeft benadrukt, onnodige verspilling van zittingsruimte met zich brengen.
Eisers worden evenmin gevolgd in hun stelling dat het OM de vervolgingsbeslissing voorbarig publiekelijk bekend heeft gemaakt. Niet ter discussie staat dat het OM deze vervolgingsbeslissing op basis van de resultaten van het eigen - destijds al afgeronde - onderzoek heeft mogen nemen. De omstandigheid dat mogelijk nog onderzoekshandelingen moeten worden verricht, doet geen afbreuk aan het definitieve karakter van de vervolgingsbeslissing.
De voorzieningenrechter wijst het gevorderde af.