Bevoegdheidsincident. Verklaring van niet-inbreuk op E-Hoi-merk. Voy wil gebruik maken van haar Hoi-teken. E-Hoi vordert onbevoegdverklaring, nu de Duitse rechter bevoegd is. Geen alternatieve bevoegdheidsgrondslag ex 125 lid 5 UMVo voor wapperen of verklaring van geen inbreuk. Nederlandse rechter onbevoegd.
BEVOEGDHEID
Voy is in 2021 in Nederland opgericht en biedt complete pakketvakanties aan, dat biedt zij aan onder de handelsnaam ‘Hoi.nl’ E-Hoi is in 2003 opgericht in Duitsland en is actief op de markt van cruisereizen in Duitsland, Zwitserland, België en Nederland. E-hoi heeft diverse Uniewoord/beeldmerken.
E-Hoi spreekt Hoi.nl aan, waarop zij overstapt op Voy.nl. Ondanks de doorgevoerde re-branding wenst Voy in de toekomst gebruik te kunnen maken van het Hoi-teken.
E-Hoi vordert op grond van 124 en 125 UMVo de onbevoegdverklaring. Uit die artikelen volgt dat een verklaring voor recht van niet-inbreuk slechts gevorderd kan worden bij de rechterlijke instanties van de lidstaat waar de verweerder zijn woonplaats heeft. In dit geval is de Duitse rechter bij uitsluiting bevoegd om van die vordering van Voy kennis te nemen, aangezien E-Hoi in Duitsland is gevestigd.
De rechtbank verwerpt het betoog dat op basis van de in artikel 125 lid 5 UMVo geformuleerde alternatieve bevoegdheidsgrondslag het mogelijk maakt om de Nederlandse rechter aan te zoeken.
Ten eerste ontbreekt iedere juridische grondslag voor de door Voy bepleite contra legem uitleg van artikel 125 lid 5 UMVo ontbreekt. Ten tweede mist naar het oordeel van de rechtbank ook iedere feitelijke basis om de door Voy voorgestane interpretatie te volgen.
Volgens Voy is deze rechtbank in ieder geval bevoegd kennis te nemen van de door haar bij conclusie van antwoord in het incident ingestelde eisvermeerdering tot een wapperverbod op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Volgens Voy betreft het gestelde onrechtmatig wapperen een verbintenis uit onrechtmatige daad waarbij het schadebrengende feit zich (mede) voordoet in het arrondissement Den Haag.
De rechtbank is het ook op dit punt onbevoegd. Uit artikel 122 lid 2 UMVo volgt dat artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo geen toepassing vindt in procedures die het gevolg zijn van een rechtsvordering als bedoeld in artikel 124 UMVo, waaronder een vordering tot vaststelling van niet-inbreuk.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd en veroordeeld Voy in de proceskosten. De kosten zijn te begroten op de voet van artikel 1019h Rv, aangezien de hoofdzaak aangemerkt dient te worden als (vooruitgeschoven) verweer tegen dreigend handhavend optreden door E-Hoi. Proceskosten gemaximeerd van €7.326 tot 'normaal incident' waarvoor een maximumtarief van €2.500 geldt.