Software-ontwikkeling sportapplicatie terwijl opdrachtgever tekortschoot en in verzuim is

03-05-2023 Print this page
IEPT20230324, HR, Capgemini v Equihold

Verbintenissenrecht. Geschil over ontwikkeling van sportapplicatie. Wanprestatie, opschorting en verzuim. Blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Ook indien komt vast te staan dat de door Capgemini geleverde prestatie ondeugdelijk was in de door Equihold gestelde zin, staat in het licht van de stellingen van Capgemini daarmee niet vast dat Equihold niet in verzuim is geraakt. Het hof heeft miskend dat op grond van het tekortschieten en het verzuim van Equihold Capgemini zich op opschorting van haar verbintenissen kan beroepen. Verwijzing naar Hof Den Haag.

 

3.1.1. De onderdelen 2.1-2.3 van het middel richten zich tegen de verwerping door het hof (in rov. 3.8) van het beroep van Capgemini op verzuim aan de zijde van [verweerder]. De onderdelen voeren onder meer aan dat ook indien komt vast te staan dat de door Capgemini geleverde prestatie ondeugdelijk was, dit nog niet (zonder meer) betekent dat Capgemini zich niet op verzuim aan de kant van Equihold kan beroepen. Ook indien komt vast te staan dat de door Capgemini geleverde prestatie ondeugdelijk was in de door [verweerder] gestelde zin, staat in het licht van de stellingen van Capgemini daarmee niet vast dat Equihold niet in verzuim is geraakt. Het hof heeft miskend dat op grond van het tekortschieten en het verzuim van Equihold Capgemini zich op opschorting van haar verbintenissen kon beroepen, aldus het onderdeel.

 

3.1.2. Deze klachten slagen. [verweerder] heeft zich op het standpunt gesteld dat vanaf de eerste oplevering (juni 2006) de broncode zo gebrekkig was dat alleen een volledig herschrijven van de broncode tot een aanvaardbaar resultaat zou kunnen leiden. In hoger beroep heeft [verweerder] zich op het standpunt gesteld dat de onmogelijkheid tot nakoming er onder andere in is gelegen dat klanten zich hebben afgewend, dat Capgemini bij oplevering van iedere versie van de software definitief ondeugdelijk is nagekomen en dat in ieder geval op 15 juli 2008 sprake was van blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Uit de gedingstukken blijkt dat Capgemini zich onder meer erop heeft beroepen dat Equihold reeds vanaf het begin van de samenwerking niet voldeed aan haar (vooruit)betalingsverplichtingen en reeds in januari 2006 achterstanden had laten ontstaan in het accepteren van door Capgemini aangeleverde versies. 
(...)
Deze stellingen zien op verhinderingen door Equihold dan wel tekortkomingen aan de zijde van Equihold voorafgaande aan de door [verweerder] genoemde tijdstippen waarop Capgemini zou zijn tekortgeschoten dan wel sprake zou zijn van een blijvende onmogelijkheid tot nakoming. In het licht daarvan heeft het hof met zijn oordeel dat indien komt vast te staan dat de door Capgemini geleverde prestatie ondeugdelijk was in de door [verweerder] gestelde zin, het op voornoemde stellingen gebaseerde beroep van Capgemini op verzuim aan de zijde van Equihold dient te worden verworpen, hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.

 

3.2.1 Onderdeel 3.1 klaagt onder meer dat onbegrijpelijk is het oordeel van het hof (in rov. 3.9) dat [verweerder] ter gelegenheid van het pleidooi onweersproken heeft verklaard dat Equihold de bevindingen van [betrokkene 1] in januari 2008 met Capgemini heeft gedeeld. Capgemini heeft dit wel degelijk weersproken, zowel ter gelegenheid van het pleidooi als voordien, aldus de klacht.

 

3.2.2 Deze klacht is gegrond. Capgemini heeft zich zowel in eerste aanleg als in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de bevindingen van [betrokkene 1] van januari 2008 destijds niet met haar zijn gedeeld. Blijkens haar pleitaantekeningen heeft zij ook ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep betwist dat die bevindingen met haar zijn gedeeld. (...) De klacht kan evenwel niet tot cassatie leiden.

 

ECLI:NL:HR:2023:437