Foutje: BBIE als verwerende partij in oppositieberoep is een onverschoonbare fout
26-04-2023 Print this page
BBIE heeft oppositie van 'vereniging 42' tegen aanvraag LAB24 afgewezen. Verzoekster stelt BBIE als verweerster. Het Bureau is geen partij bij beroep. Dat is een onverschoonbare fout en leidt tot niet-ontvankelijkheid. Anders zou het de facto een verlenging van het beroepstermijn betekenen.
MERKENRECHT - PROCESRECHT
Het BBIE heeft oppositie van 'vereniging 42' afgewezen tegen de aanvraag van het woordmerk LAB42, aangevraagd door de Universiteit van Amsterdam. Vereniging 42 heeft hoger beroep ingesteld tegen het BBIE. BBIE verwijst naar 2.16 lid 4 BVIE (laatste volzin: "Het Bureau is geen partij bij een beroep tegen zijn beslissing").
Vereniging 42 stelt dat de wezenlijke gegevens van het geschil in het verzoekschrift tot hoger beroep correct waren ingevuld en dat de fout bij de aanduiding van de verwerende partij niet als een onverschoonbare fout kan worden aangemerkt. Het recht op verdediging van de correct geïdentificeerde verweerster wordt niet geschonden en de niet-ontvankelijkheid van het
verzoekschrift zou kennelijk onevenredig zijn aan het nagestreefde doel, met name gelet op het
geringe karakter van de onregelmatigheid, en ten slotte dat verzoekster de onregelmatigheid in haar
verzoekschrift binnen een redelijke termijn moet kunnen rechtzetten. Zij beroept zich aldus op 1 lid 3 van het Reglement.
Deze onregelmatigheid is immers niet louter formeel en herstelbaar, maar raakt de essentie van het beroep. Indien verzoekster de mogelijkheid zou krijgen om haar fout bij de aanduiding van de wederpartij te herstellen, zou dit betekenen dat het beroep tegen de Universiteit van Amsterdam buiten de door het BVIE gestelde termijnen zou worden ingesteld. Dit zou de facto neerkomen op een verlenging van de beroepstermijn, hetgeen het Gerechtshof niet kan aanvaarden.
Anders dan de vereniging 42 stelt, is de begane fout noch materieel noch louter formeel, maar
vormt zij een wezenlijke onregelmatigheid die tot niet-ontvankelijkheid van het beroep moet leiden.
C-2022/9/6