Uitleg beslissing Grote kamer van Beroep inzake plausibiliteit en inventiviteit (G 2/21) van apixaban
25-08-2023 Print this page
Plausibiliteit en problem-solution-approach – uitleg beslissing G 2/21 Grote Kamer van Beroep EOB.
Hof niet gebonden aan beslissingen van de GKB, die wel in hoge mate leidend worden geacht en bijdragen aan harmonisatie van het octrooirecht binnen de EOV-landen. Hof zal de in G 2/21 geformuleerde toets toepassen.
Vereist dat voor de gemiddelde vakman met gebruikmaking van zijn algemene vakkennis op de prioriteitsdatum uit de aanvrage afleidbaar (“derivable”) is dat het gestelde technisch effect door de technische leer daarvan wordt omvat en dezelfde daarin geopenbaarde uitvinding belichaamt.
Niet vereist dat reeds in de aanvrage bewijs is opgenomen dat het gestelde technische effect zich daadwerkelijk voordoet of dat dit in de aanvrage aannemelijk wordt gemaakt.
Onder ”technische leer” (”technical teaching”) van een octrooi dient te worden verstaan ‘hetgeen aan de gemiddelde vakman wordt geleerd over hoe het technische probleem met technische middelen kan worden opgelost’.
Als de aanvrage aan de toets van G2/21 voldoet, mag nog bewijs worden aangedragen dat het gestelde effect ook daadwerkelijk optreedt, waarna het bewezen effect mag worden meegewogen bij de inventiviteitsbeoordeling.
EP 415 doorstaat de inventiviteitstoets volgens G2/21.
EP 451 noemt technisch effect – verbeterde factor Xa remming – uitdrukkelijk en specifiek als de primaire doelstelling van het octrooi.
Naar voorlopig oordeel kan de gemiddelde vakman uit de aanvrage afleiden dat apixaban de meest veelbelovende factor Xa-remmer is.
Geen toegevoegde materie. De gemiddelde vakman kon, met gebruikmaking van zijn algemene vakkennis, op de prioriteitsdatum, uit de aanvrage afleiden dat het doel van het vinden van een verbinding met - ten opzichte van de reeds bekende factor Xa-remmers - verbeterde factor Xa remming, selectiviteit en farmacologische eigenschappen, met apixaban zou kunnen worden bereikt.
Rechtsgeldig ingeroepen prioriteitsrecht. Zowel economische als juridische eigendom op prioriteitsrecht impliciet in overeenstemming met afspraken overgegaan van BMS Pharma op BMS Company voorafgaand aan de aanvrage.
Afweging van belangen leidt niet tot afwijzen inbreukverbod vanwege o.m. de onherstelbare prijserose die optreedt door de aanwezigheid van én goedkoper generiek product.
IEPT20230815, Hof Den Haag, BMS v Sandoz cs