Reclameboodschappen voor eigen programma's zijn in beginsel geen boodschappen over eigen programma's

02-02-2024 Print this page
IEPT20240130, HvJEU, RTI v Agcom

De uitzondering op de maximale zendtijd voor televisiereclame per uur en het begrip 'boodschappen van de televisieomroeporganisatie in verband met haar eigen programma’s'.  Boodschappen die door de televisieomroeporganisatie worden uitgezonden om de uitzendingen te promoten van een radiozender die tot dezelfde omroeporganisatie als die televisieomroeporganisatie behoort, vallen niet onder deze uitzondering. Omdat de radioprogramma's afgescheiden kunnen worden van de hoofdactiviteit en een eigen redactionele verantwoordelijkheid draagt. 


RECLAMERECHT

Antwoord HvJEU:

Artikel 23, lid 2 [richtlijn audiovisuele mediadiensten] moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „boodschappen van de [televisie]omroeporganisatie in verband met haar eigen programma’s” niet ziet op reclameboodschappen die deze organisatie uitzendt voor een radiostation dat tot dezelfde groep van vennootschappen behoort als deze organisatie, tenzij, ten eerste, de programma’s waarop deze reclameboodschappen betrekking hebben, „audiovisuele mediadiensten” in de zin van artikel 1, lid 1, onder a), van deze richtlijn zijn, hetgeen veronderstelt dat zij kunnen worden afgescheiden van de hoofdactiviteit van deze radiozender, en, ten tweede, die omroeporganisatie daarvoor de „redactionele verantwoordelijkheid” in de zin van artikel 1, lid 1, onder c), van deze richtlijn draagt.

 

 

IEPT-versie volgt later
ECLI:EU:C:2024:98 en zaak C-255/21