Disney biedt sinds november 2019 in Nederland Disney+ aan, een subscription video on demand (hierna: SVOD)-dienst. In het SVOD-aanbod van Disney+ wordt muziek behorend tot het door Buma/Stemra beheerde repertoire openbaar gemaakt en verveelvoudigd. Voor het gebruik van die muziek op Disney+ heeft Disney een licentieovereenkomst met Buma/Stemra gesloten.
GEEN RECHTMATIG BELANG
Disney heeft sterke indicaties dat het tarief dat Buma/Stemra hanteert niet is gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria en daarom in strijd is met artikel 2l Wet toezicht en geschillenbeslechting cbo's, met artikel 102 VWEU en artikel 4 Mededingingswet. Op grond van artikel 843a Rv vordert zij bij Buma/Stemra:
a. primair, de meest recente overeenkomsten met alle andere SVOD-aanbieders
b. subsidiair, deze bescheiden in geanonimiseerde vorm,
c. uiterst subsidiair, een door een onafhankelijke registeraccountant gecontroleerd en gewaarmerkt afschrift van geaggregeerde informatie over de toegepaste licentietarieven,
Netflix en Apple willen niet dat Disney in enige vorm de beschikking krijgt over de licentieovereenkomst die zij met Buma/Stemra hebben en zijn daarom als belanghebbende aangemerkt.
Disney moet aantonen dat zij een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van de gevraagde gegevens. Artikel 843a Rv is niet bedoeld om gegevens op te vragen op basis van louter vermoedens.
Disney beroept zich op artikel 2L Wet Toezicht en stelt dat inzage in tarieven van andere SVOD-aanbieders nodig is om te controleren of Buma/Stemra voldoet aan haar non-discriminatieverplichting.
Het hof oordeelt dat dit artikel Buma/Stemra niet verplicht om Disney inzage te geven in overeenkomsten met andere SVOD-aanbieders. De informatie die op grond van artikel 2L Wet Toezicht dient te worden verschaft ziet op de criteria die voor het bepalen van de tarieven worden gebruikt. Die criteria zijn aan Disney verstrekt.
Disney heeft onvoldoende onderbouwd dat Buma/Stemra discrimineert in haar tarieven. De tarieven hangen af van uiteenlopende factoren zoals revenuemodellen en muziekgebruik, wat vergelijkingen lastig maakt.
Zij heeft onvoldoende onderbouwd dat zij een rechtmatig belang heeft bij de verzochte verstrekking van de overeenkomsten die Buma/Stemra met andere SVOD-aanbieders. Verzochte wordt afgewezen en Disney wordt veroordeeld in de kosten van Buma/Stemra €2.696, Netflix €1.406 en Apple €792.
Ten overvloede: Netflix en Apple hebben aannemelijk gemaakt dat inzage door Disney in hun overeenkomsten met Buma/Stemra concurrentiegevoelige informatie kan onthullen, zelfs als deze geanonimiseerd is, en dat geheimhoudingsbedingen dit rechtvaardigen. Daarnaast kan Disney via andere kanalen, zoals het College van Toezicht Auteursrechten of de Geschillencommissie Auteursrechten Zakelijk, de door Buma/Stemra gehanteerde tarieven laten toetsen, wat een voldoende waarborg biedt voor een behoorlijke rechtsbedeling.