Concrete rechtsverhouding in vrijwaring onvoldoende gemotiveerd gesteld

30-05-2024 Print this page
IEPT20240517, Rb Den Haag, Liptis v Dutch Nutrition

Vrijwaringsincident. Vordering wordt afgewezen. DN Operations die in opdracht van DN Sales produceert; DN Sales en Newbreath hebben een vrijwaringsclausule. Maar DN Operations en Newbreath hebben geen voldoende concrete rechtsverhouding gemotiveerd gesteld.
 

VRIJWARING

 

In de hoofdzaak vordert Liptis c.s. een verbod met nevenvorderingen tot het aanbieden van producten die volgens Liptis c.s. inbreuk maken op de merk- en auteursrechten van Liptis c.s.. Ook vordert zij dat DN Operations wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat.

 

In dit vrijwaringincident brengt DN Operations naar voren dat zij de betreffende producten heeft vervaardigd in opdracht van haar zustervennootschap “DN Sales”. DN Sales is partij bij een Supply Agreement waarin de Zwitserse vennootschap NewBreath Sàrl overeenkomt dat zij de betreffende producten afneemt. NewBreath is verantwoordelijk voor het productontwerp en -verpakking en vrijwaart tegen claims van derden indien die verband houden met de schending van een verplichting uit hoofde van de overeenkomst.


Volgens DN Operations kan zij DN Sales in vrijwaring oproepen en, op haar beurt, NewBreath in vrijwaring kan oproepen.


DN Operations stelt niet dat zij in een rechtsverhouding staat tot NewBreath. Bij de Supply Agreement is DN Operations immers geen partij. Voor zover DN Operations heeft willen stellen dat zij zich kan beroepen op een rechtsverhouding met DN Sales, is dat onvoldoende gemotiveerd. Enkel de stelling dat DN Sales haar opdrachtgever en haar zustervennootschap is, maar op geen enkele wijze onderbouwd waarom dat meebrengt dat DN Sales gehouden is om de nadelige gevolgen van de beslissing tegen de DN Operations te dragen.

 

ECLI:NL:RBDHA:2024:7450