Per abuis nieuw platform online zetten, is ook schending concurrentiebeding
17-12-2024 Print this page
Bij de verkoop van een online platform is in de koopovereenkomst een non-concurrentiebeding opgenomen. Dit beding is overtreden doordat de verkoper tijdens de periode van het beding een nieuw, vergelijkbaar platform online heeft geplaatst. Het argument dat het platform per ongeluk online is gekomen, dat er geen affiliate-marketingactiviteiten zijn uitgevoerd, dat er geen inkomsten uit het platform zijn gegenereerd en dat de concurrentie niet intensief was, doet niet ter zake. De opgelegde boete is disproportioneel en wordt gematigd tot €200.000
CONCURRENTIEBEDING - BOETEBEDING
VOF exploiteerde een website die zij heeft deze website verkocht aan IFH. In de koopovereenkomst hebben partijen een non-concurrentiebeding opgenomen inclusief boetebeding in geval van schending. In deze procedure verwijt IFH gedaagde dat zij het non-concurrentiebeding heeft geschonden. IFH vordert betaling van de boete.
De rechtbank oordeelt dat VOF het non-concurrentiebeding heeft geschonden en het boetebeding van toepassing is. De rechtbank wijst de gevorderde boete toe, maar zal die matigen gelet op diverse omstandigheden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de website [internetsite 2] per abuis online is gezet, vermoedelijk door een medewerker. Tijdens de periode waarin een non-concurrentiebeding van toepassing was, heeft de website geen affiliate-marketingactiviteiten uitgevoerd, geen inkomsten gegenereerd en nauwelijks bezoekers getrokken. Daarnaast zijn er geen aanwijzingen voor teruglopende omzetcijfers of geluiden uit de markt die duiden op serieuze concurrentie met [naam website].
Hoewel de rechtbank oordeelde dat er sprake was van een schending van het non-concurrentiebeding, heeft zij de boete gematigd. IFH kon niet onderbouwen dat zij schade heeft geleden door het online staan van [internetsite 2]. Bovendien werd overwogen dat een boete van enkele miljoenen, zoals oorspronkelijk geëist, disproportioneel zou zijn ten opzichte van de koopsom van € 1,6 miljoen voor [naam website].
Uiteindelijk heeft de rechtbank de boete vastgesteld op € 200.000. De gevorderde wettelijke rente werd afgewezen omdat IFH geen aanmaning heeft verstuurd.