Uitvaartonderneming Van Tellingen verkocht en weer opnieuw actief onder eigen naam

19-11-2024 Print this page
IEPT20241113, Rb Midden-Nederland, Uitvaartverzorging Van Tellingen
(Met dank aan Evert van Gelderen en Armita Hosseini, Clairfort Advocaten)

[Verweerder] heeft in 2010 zijn onderneming, inclusief de handelsnaam Van Tellingen, verkocht. Later startte hij opnieuw een bedrijf in dezelfde branche en regio. De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de naam Van Tellingen door [verweerder], bijvoorbeeld in advertenties en op zijn bedrijfswagen, inbreuk maakt op de handelsnaamrechten van de huidige eigenaar. Dit gebruik is in strijd met de vaststellingsovereenkomst. De rechtbank wijst een verbod toe op het gebruik van de naam Van Tellingen als handelsnaam voor [verweerder]’s activiteiten. Daarnaast worden contractuele boetes toegewezen: € 12.500 voor advertenties en € 4.500 voor belettering op de bedrijfswagen, met een beperkte schendingsduur. Er worden geen aanvullende dwangsommen opgelegd.

 

HANDELSNAAMRECHT

 

Partijen zijn allebei actief in de uitvaartbranche en gevestigd in Zeist. De onderneming Van Tellingen was vroeger eigendom van [verweerder] maar die heeft de onderneming inclusief handelsnaam in 2010 verkocht. In 2018 is hij opnieuw een (eenmans)zaak begonnen. Na een vaststellingsovereenkomst van geen inbreuk, duikt de naam volgens Van Tellingen weer op - in advertenties, op zijn bedrijfswagen, in een domeinnaam en op zijn website - in strijd zijn met de Overeenkomst.

 

De rechtbank stelt voorop dat het gebruik door [verweerder] van de naam van [verweerder] als persoonsnaam is toegestaan. Anders gezegd: [naam verweerder] moet zichzelf [naam verweerder] kunnen noemen. Maar feit is wel dat hij de onderneming Van Tellingen destijds heeft verkocht (aan de voorganger van de huidige eigenaar van Van Tellingen), inclusief de handelsnaam waarin zijn achternaam is opgenomen (en de aan die handelsnaam verbonden goodwill). Daarmee is de band tussen [verweerder] en de naam van de onderneming Van Tellingen doorgeknipt en is alleen die onderneming nog gerechtigd tot gebruik van de naam Van Tellingen als handelsnaam. In zo'n geval moet de verkopende privépersoon, [verweerder], in het vervolg terughoudend zijn in het gebruik van zijn naam in een commerciële context, helemaal wanneer hij vervolgens zelf weer actief wordt in dezelfde branche in hetzelfde vestigingsgebied.


Het gebruik van de naam Van Tellingen in de advertentie kwalificeert als inbreuk op de handelsnaamrechten van Van Tellingen, want dit gebruik kan niet enkel als gebruik
als achternaam ter identificatie van de persoon van [verweerder] worden opgevat. Bovendien is een verwijzing naar de website gebruik van de handelsnaam Van Tellingen.

 

Bedrijfswagen: Van Tellingen stelt zich op het standpunt dat het handelsnaamgebruik mede volgt door het ontbreken van een vermelding dat het om een contactpersoon zou gaan. Nu de extra tekstregel "Contactpersoon:" op de bedrijfswagen is toegevoegd, zal het publiek de naam opvatten als een verwijzing naar de persoonsnaam en niet als deel van de handelsnaam.


Verwijzing naar domein bertvantellingen.nl heeft enige tijd doorgelinkt naar zeistuitvaartzorg.nl. Als een domeinnaam alleen wordt gebruikt om door te linken naar een andere website levert dit enkele feit als zodanig nog geen gebruik op als
handelsnaam. Er is geen beroep gedaan op onrechtmatige daad, maar op schending van de vaststellingsovereenkomst die alleen spreekt over aantoonbare handelsnaaminbreuk. Daarvan is gee sprake.


Het gevorderde verbod om gebruik te maken van de naam `Van Tellingen' als handelsnaam zal daarom worden toegewezen, althans voor zover dit gebruik de huidige onderneming en/of dienstverlening van [verweerder] betreft, aangezien daardoor verwarring met Van Tellingen te duchten is.


Omdat [verweerder] met de genoemde handelingen inbreuk heeft gemaakt op de handelsnaamrechten van Van Tellingen, heeft hij daarmee ook in strijd gehandeld met zijn verplichtingen onder de Overeenkomst. De door Van Tellingen gevorderde betaling van contractuele boetes is daarom - gedeeltelijk - toewijsbaar.


Contractuele boetes

Omdat [verweerder] met de genoemde handelingen inbreuk heeft gemaakt op de handelsnaamrechten van Van Tellingen, heeft hij daarmee ook in strijd gehandeld met zijn verplichtingen onder de Overeenkomst. De door Van Tellingen gevorderde betaling van contractuele boetes is daarom - gedeeltelijk - toewijsbaar.


Voor de advertentie is sprake geweest van een schendingsduur van 24 dagen en dus een toewijsbaar boetebedrag van € 12.500,00.


In de correspondentie na de sommatie van 17 maart 2023 stelde [verweerder] onbetwist dat de bedrijfswagen al drie jaar met de belettering rondreed, zonder dat Van Tellingen daar ooit op reageerde. Omdat de auto al geruime tijd zo rondreed bij het sluiten van de Overeenkomst—waarin staat dat gebruik alleen als achternaam is toegestaan—begrijpt de rechtbank dat [verweerder] aannam dat dit gebruik niet als schending werd gezien. Pas in een e-mail van 31 maart 2023 legde Van Tellingen uit waarom de belettering wel als schending van de Overeenkomst geldt. De rechtbank oordeelt dat de bestickering (voor aanpassing) een schending vormt van 31 maart tot 7 april 2023, waarvoor een boete van € 4.500,00 wordt toegewezen.


De boeteclausule is wel degelijk effectief afdwingbaar en daarom geen aanleiding om daar bovenop, voor de toekomst, nog dwangsommen op te leggen voor overtreding inbreukverbod.


Lees de oorspronkelijk uitspraak hier.