Zelf actief in franchiserayon is in strijd met goede trouw

18-11-2024 Print this page
IEPT20241113, Rb Zeeland-West-Brabant, Trekhaakcentrum

De voorzieningenrechter behandelt twee geschilpunten: of Trekhaakcentrum een vestiging mag openen in het rayon van de franchisenemer en of de franchiseovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd. De rechter oordeelt dat de franchisegever geen concurrerende activiteiten in het rayon mag uitvoeren zonder expliciete toestemming in de overeenkomst, omdat dit in strijd is met goed franchisegeverschap. Daarnaast is de opzegging ongeldig omdat deze niet tijdig is gedaan volgens de voorwaarden in de overeenkomst. Hierdoor blijft de franchiseovereenkomst doorlopen tot 31 augustus 2025.
 

FRANCHISING
 

Dat er geen andere franchisenemer wordt aangesteld, staat in de overeenkomst, maar zelf actief worden in het rayon van de franchisenemer is op grond van vereiste van goede trouw niet toegestaan. Een stilzwijgend verlengde franchiseovereenkomst die telkens met één jaar wordt verlengd, kan alleen geldig 3 maanden worden opgezegd.


Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij van de voorzieningenrechter slechts een beslissing wensen met betrekking tot de navolgende twee geschilpunten:

1. Mag Trekhaakcentrum in het rayon van [eiser] een eigen vestiging openen en daarbij zelf werkzaamheden verrichten of door derden laten verrichten tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst met [eiser] .

2. Is de franchiseovereenkomst op 30 augustus 2024 door Trekhaakcentrum rechtsgeldig opgezegd tegen 30 november 2024.


De franchiseovereenkomst is een overeenkomst die in grote mate door de goede trouw wordt gedomineerd. Dat blijkt uit de wet. Er is ook sprake van sterke verplichtingen van franchisegever en franchisenemer over en weer, waardoor de franchiseovereenkomst wordt gekleurd. In artikel 2 van de franchiseovereenkomst is bepaald dat het rayon waarbinnen de franchisegever geen andere franchisenemer zal aanstellen bestaat uit de gemeente Groningen.


De franchiseovereenkomst wordt sterk bepaald door wederzijdse verplichtingen en de eis van goede trouw. In dit geval ging het om een rayonafspraak in Groningen, waarin stond dat de franchisegever geen andere franchisenemers zou aanstellen. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit niet betekent dat de franchisegever zelf wél in het rayon actief mag worden. Een dergelijke interpretatie zou in strijd zijn met goed franchisegeverschap en de vertrouwensbasis van de franchisenemer, die moet kunnen rekenen op ondersteuning zonder concurrentie door de franchisegever in het afgesproken rayon. Alleen als de overeenkomst expliciet toestaat dat de franchisegever bepaalde activiteiten uitvoert en daarbij waarborgen biedt, zou dit anders kunnen zijn. Omdat dat hier ontbreekt, moet de franchisegever zich op grond van goede trouw onthouden van concurrerende activiteiten die de franchisenemer schaden.


Artikel 10.1 van de franchiseovereenkomst bevat twee bepalingen die elkaar lijken tegen te spreken: (1) de mogelijkheid voor partijen om de overeenkomst schriftelijk op te zeggen met een opzegtermijn van 3 maanden, en (2) een automatische jaarlijkse verlenging tenzij de overeenkomst uiterlijk 3 maanden voor de vervaldatum wordt opgezegd. Volgens Trekhaakcentrum creëert het tweede onderdeel een onnodige aanzegverplichting, waardoor de overeenkomst niet automatisch eindigt.


De voorzieningenrechter oordeelt dat deze onderdelen niet los van elkaar kunnen worden gezien en dat de overeenkomst alleen geldig kan worden opgezegd uiterlijk 3 maanden voor de vervaldatum. Omdat Trekhaakcentrum dit niet tijdig heeft gedaan, loopt de franchiseovereenkomst door. Nakoming van de overeenkomst tot 31 augustus 2025 wordt daarom toegewezen.


Dit oordeel wordt ondersteund door artikel 10.2, dat een procedure voorschrijft voor ontbinding bij wanprestatie. Deze procedure vergt tijd, waardoor tussentijdse opzegging zonder meer niet goed verenigbaar zou zijn met de franchiseovereenkomst.

 

ECLI:NL:RBZWB:2024:7804