Hof: Uitzending Zembla's 'Sluiproute Iran' te ingrijpend op privéleven

19-11-2024 Print this page
IEPT20241119, Hof Arnhem-Leeuwarden, appellanten v BNNVara

In een uitzending van een Zembla-programma "Sluiproute Iran" is aandacht besteed aan appellanten. Botsing tussen twee gelijkwaardige grondrechten: het recht van appelanten op bescherming van hun eer en goede naam (artikel 8 EVRM) en het recht op vrijheid van meningsuiting van BNNVARA (artikel 10 EVRM). In hoger beroep wordt bepaald dat de uitzending offline moet worden gehaald en gehouden. Het gezag van Zembla als onderzoeksprogramma en de maatschappelijke positie van appellanten die ook heeft ingegrepen in het privéleven van hen, wordt bij de beoordeling betrokken.
 

PUBLICATIE-PRIVACY

 

De BNNVARA-uitzending richt zich op het omzeilen van westerse handelssancties tegen Iran door Nederlandse bedrijven en de gevolgen daarvan, wat bijdraagt aan een maatschappelijk belangrijk debat. [Appellanten] worden in de uitzending prominent neergezet als hoofdschuldigen van sanctieontduiking, wat versterkt wordt door beelden van hun woonwinkel en een link met de huidige gruwelijkheden in Iran. Dit heeft grote gevolgen voor hen. Hoewel BNNVARA erkent zich hiervan bewust te zijn, acht zij de ernst van de misstand een rechtvaardiging. Het hof concludeert echter dat de rol van [appellanten] bij de sanctieontduiking veel kleiner was dan gesuggereerd.

 

Door in de Uitzending niet voldoende concreet te maken welke (beperkte) werkzaamheden [appellanten] voor de in de Uitzending genoemde ondernemingen hebben verricht en voorbij te gaan aan het tijdspad, suggereert de Uitzending dat de rol van [appellanten] bij de onderzochte ontduiking van sancties tegen Iran veel groter is dan die door de feiten worden gedragen. Die suggestie wordt niet, althans onvoldoende, weggenomen door het getoonde weerwoord van [appellanten]


Het gezag van Zembla als onderzoeksprogramma
Het hof benadrukt het gezag van Zembla als gerenommeerd onderzoeksprogramma, dat bij de gemiddelde kijker vertrouwen wekt in de juistheid van gepresenteerde informatie. De uitzending suggereert een strafbare rol van [appellanten], wat wordt versterkt door deskundigenfragmenten die deze visie ondersteunen. Het weerwoord van [appellant], gepresenteerd als hakkelend en ontkennend, biedt weinig tegenwicht en draagt juist bij aan de verdachtmaking. De montage versterkt de indruk van strafbaar handelen, wat volgens het hof de geloofwaardigheid van de uitzending voor kijkers verder vergroot.
 

De maatschappelijke positie van [appellanten]
Het hof verwerpt BNNVARA’s stelling dat [appellanten] als publieke figuren meer kritiek moeten dulden, omdat de genoemde publieke gebeurtenis, de oprichting van [naam2], zeven jaar geleden plaatsvond. Hoewel BNNVARA aanvoert dat de kritiek gericht is op hun professionele handelen, oordeelt het hof dat de uitzending ook significant heeft ingegrepen in het privéleven van [appellanten], wat zelfs door BNNVARA niet wordt betwist.

 

Afweging van de hiervoor genoemde omstandigheden leidt tot de conclusie dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van de eer en goede naam van [appellanten] in dit geval zwaarder weegt dan het eveneens zwaarwegende belang van BNNVARA. Het vergroten van de rol van [appellanten] in de uitzending zodanig dat het publiek denkt dat [appellanten] er welbewust aan hebben bijgedragen dat de Revolutionaire Garde ondanks de sancties over financiële middelen beschikt, is naar het voorlopig (want in kort geding gegeven) oordeel van het hof niet nodig om het publiek adequaat over de misstand te informeren en weegt in ieder geval niet op tegen de inbreuk die daarmee op de privacy van [appellanten] wordt gemaakt.

 


Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland gebiedt BNNVARA om binnen één week na betekening van dit arrest de Uitzending offline te halen en offline te houden;


ECLI:NL:GHARL:2024:7015