Voor een aantal grieven geen spoedeisend belang: onvoldoende duidelijk gemaakt waarom de oprichting van een stichting en het overleggen van informatie niet in een bodemprocedure kan worden behandeld of vanwege inhoudelijke gronden behandeld zou moet worden. Opdrachtnemer heeft geen gemeenschappelijk auteursrecht op de werken uit het SLO-project of op de aangepaste ASQ4-vragenlijst (art. 26 Aw): opdrachtnemer heeft onvoldoende duidelijk gemaakt wat haar eigen werken zijn in het SLO-project. Voor zover de werkzaamheden vóór het SLO-project niet onder het werkgeversauteursrecht vallen, zijn deze alsnog verricht onder toeziend oog van een hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, waardoor op grond van artikel 6 Aw het auteursrecht toekomt aan de Universiteit. Beroep op art. 4 Aw faalt: opdrachtnemer heeft niet vermeld op welke auteursrechtelijk beschermde werken haar naam of die naam van de directrice is vermeld. Opdrachtnemer geen medeproducent van de databankgegevens: opdrachtnemer heeft weliswaar een bijdrage geleverd aan de databank, maar de werkzaamheden zagen niet op inrichting en het beheer van de databank. Universiteit heeft privacy t.o.v. van deelnemende partijen aan het SLO-project niet geschonden: Universiteit is gerechtigd de toestemmingsbrieven van deelnemers te bewaren en verwerken. Uit de brieven kan niet worden afgeleid dat opdrachtnemer de brieven zou bewaren. Dat de naam van opdrachtnemer onder deze brieven stond doet daar niet aan af. Daarnaast heeft de Universiteit noodzakelijke waarborgen getroffen ten aanzien van de verkregen informatie.
GEMEENSCHAPPELIJK AUTEURSRECHT - DATABANKENRECHT - PRIVACY
Een hoogleraar van de Faculteit Sociale Wetenschappen onderzocht sinds 2005 het gebruik van de Amerikaanse ASQ-vragenlijst in Nederland. In samenwerking met een opdrachtnemer en haar directrice werd een aangepast onderzoek opgezet binnen het SMI-beleid van de gemeente Amsterdam. Dit resulteerde in het SLO-project, waarvoor subsidie werd verkregen.
Tussen de opdrachtnemer en de Universiteit ontstonden geschillen. De Universiteit vorderde naleving van de samenwerkingsovereenkomst, inclusief het verstrekken van gegevens over deelnemende kinderen en kinderopvanglocaties. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van de opdrachtnemer af en kende die van de Universiteit toe.
In hoger beroep eist de opdrachtnemer onder meer de oprichting van een stichting met een toezichthoudende rol, inzage in financiële gegevens, naleving van de AVG en controle over onderzoeksresultaten. Ook vordert zij dat de Universiteit afspraken nakomt over het niet-commercieel exploiteren van het onderzoek.
Auteursrecht
De opdrachtnemer heeft onvoldoende onderbouwd dat zij mede-auteursrecht heeft op de ASQ4-vragenlijst. De vragenlijst is door Amerikaanse wetenschappers ontwikkeld en door de Universiteit vertaald en aangepast. De werkzaamheden van de directrice als werknemer van de Universiteit leiden niet tot auteursrecht voor de opdrachtnemer. Ook is niet aangetoond dat er een mondelinge of schriftelijke overeenkomst was die een gedeeld auteursrecht zou rechtvaardigen.
De software voor het OV- en SLO-project is in opdracht van de Universiteit ontwikkeld door NEO Software B.V. De directrice heeft slechts getest en feedback gegeven, wat geen auteursrecht oplevert.
Daarnaast heeft de opdrachtnemer niet aangetoond dat zij auteursrecht heeft op de onderzoeksdata, logo’s of een YouTube-instructievideo. De Universiteit gebruikt de video niet meer, waardoor een juridische actie hierover zinloos is.
Omdat de opdrachtnemer geen belang heeft bij documenten die zij al bezit, wijst het hof alle vorderingen met betrekking tot auteursrechten af.
Databankenrecht
De opdrachtnemer claimt een gezamenlijk databankenrecht met de Universiteit op de databank met onderzoeksgegevens van de OV- en SLO-projecten. De voorzieningenrechter verwierp dit beroep als te laat en inhoudelijk ongegrond, omdat de opdrachtnemer niet als producent van de databank kan worden beschouwd.
In hoger beroep stelt de opdrachtnemer dat zij substantieel heeft geïnvesteerd in de databank, met uitgaven van €270.000 en gemiste inkomsten van €435.000. Echter, de Universiteit heeft de databank gecreëerd, ingericht en onderhouden met financiering van ZonMw en heeft het risico gedragen voor de benodigde investeringen.
Hoewel de opdrachtnemer en de directrice hebben bijgedragen aan de creatie van data en projectorganisatie, werden zij door de Universiteit betaald en waren hun werkzaamheden vooral gericht op werving en fondsenwerving, niet op de inrichting en het beheer van de databank. Daarom wordt de opdrachtnemer niet als medeproducent erkend.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland en veroordeelt [de opdrachtnemer] tot betaling van proceskosten.
IEPT20250311, Hof Arnhem-Leeuwarden, UU
ECLI:NL:GHARL:2025:1410