Vordering tot nakoming van een managementovereenkomst met een artiest wordt afgewezen. De voorzieningenrechter acht het zeer waarschijnlijk dat de bodemrechter zal oordelen dat de artiest de overeenkomst op goede gronden heeft opgezegd/ontbonden. Gelet op de omstandigheden (waaronder een fors negatief eigen vermogen van de gezamenlijke vennootschap) kan van de artiest niet gevergd worden dat hij zich aan de overeengekomen opzegtermijn van 36 maanden houdt. Vordering tot onthouden van negatieve berichten en opgave optredens afgewezen.
ARTIESTENOVEREENKOMST
[Gedaagde sub 2] is zanger en [eiser sub 2] is zijn manager. Zij hebben mede namens hun vennootschap - respectievelijk [gedaagde sub 1] B.V. en [eiseres sub 1] 6 B.V. - een managementovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten. Op 14 november 2024 heeft [gedaagde sub 1] c.s. de overeenkomst opgezegd. Later heeft zij den overeenkomst ook buitengerechtelijk ontbonden. Volgens [eiseres sub 1] zijn de opzegging en ontbinding niet rechtsgeldig en moet [gedaagde sub 1] de overeenkomst nakomen. In deze procedure krijgt [gedaagde sub 1] c.s. gelijk.
Ontbinding
[eiseres sub 1] c.s. heeft jarenlang zelfstandig het bestuur gevoerd over [onderneming 1], zonder overleg of instemming van [gedaagde sub 1] c.s., ondanks de contractuele verplichting tot gezamenlijk bestuur en overleg. Er is fors geïnvesteerd in de carrière van [gedaagde sub 2], wat leidde tot hoge kosten en een negatief eigen vermogen (€ 122.594 in 2023). [eiseres sub 1] c.s. betoogt dat deze kosten noodzakelijk waren om inkomsten te genereren, maar de voorzieningenrechter volgt deze redenering niet: lagere kosten hadden ook tot een beter resultaat kunnen leiden. Bovendien is [gedaagde sub 1] c.s. niet betrokken geweest bij deze besluiten, wat in strijd is met de overeenkomst. Ook zijn er zonder toestemming gelden overgeboekt naar andere vennootschappen van [eiser sub 2], wat duidt op mogelijke belangenverstrengeling. De rechter acht de ontbinding van de overeenkomst daarom gerechtvaardigd.
Opzegging
Partijen sloten op 6 januari 2020 een ‘360 graden’-overeenkomst van onbepaalde tijd, met formele eisen voor opzegging, waaronder instemming van de aandeelhoudersvergadering, arbitrage bij stemstaking en een opzegtermijn van 36 maanden. [gedaagde sub 1] c.s. heeft deze vereisten niet nageleefd, maar volgens de voorzieningenrechter zijn ze deels zinloos geworden door de 50/50-stemverhouding en het ontbreken van aangewezen arbiters. Gezien de verstoorde samenwerking en het forse negatieve eigen vermogen van [onderneming 1], vindt de rechter het onredelijk om de opzegtermijn van 36 maanden te eisen en acht hij een kortere termijn waarschijnlijk toewijsbaar door de bodemrechter.
Negatief uiten
Volgens [eiseres sub 1] c.s. zou [gedaagde sub 2] zich herhaaldelijk negatief over [eiser sub 2] hebben uitgelaten, maar dit is niet concreet onderbouwd. Het genoemde WhatsApp-bericht bevat geen negatieve uitlatingen en is bovendien niet aan derden gericht. Ook het e-mailbericht biedt geen bewijs; er is geen verklaring van [B] en onduidelijk blijft wat er precies gezegd is. Zelfs als er over ‘interne problemen’ is gesproken, is dat feitelijk juist en dus niet onrechtmatig. Er is geen bewijs van herhaalde negatieve of onjuiste uitlatingen. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat hiervan geen sprake is geweest en wijst dit deel van de vordering af.
Afwijzing opgave van optredens en activiteiten buiten de overeenkomst
Dat is het logische gevolg van de afwijzing van de vordering tot nakoming van de overeenkomst. Als [gedaagde sub 1] c.s. niet wordt veroordeeld om de overeenkomst na te komen, is er geen reden om haar te veroordelen om opgave te doen over optredens of andere activiteiten die zij zonder [eiseres sub 1] c.s. heeft geregeld maar die wellicht wel onder de overeenkomst zouden vallen.
Vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten €1.899.