Appellanten moeten stoppen met beschuldiging van aanranding door gemeentemedewerker
22-08-2025 Print this page
Appellanten blijven een medewerker van de gemeente Tilburg beschuldigen van aanranding, zonder bewijs. De rechtbank oordeelt dat dit onrechtmatig is: het recht op eer, goede naam en privacy van de medewerker en gemeente weegt zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting van appellanten. Zij moeten stoppen met de beschuldigingen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de gemeente misbruik maakt van haar controlebevoegdheden.
PUBLICATIE
Partijen hebben al jaren een moeizame relatie met elkaar. Appellanten blijven een beschuldiging van aanranding door een medewerker van de gemeente Tilburg herhalen en dat is, in de gegeven omstandigheden, onrechtmatig (ECLI:NL:RBZWB:2023:6601). De gemeente c.s. willen dat appellanten stoppen met de onterechte beschuldigingen. Het (grond)recht van [appellanten] op vrijheid van meningsuiting moet worden beperkt door een gebod om te stoppen met het beschuldigen omdat het (grond)recht van geïntimeerde en de gemeente op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en op bescherming van de eer en goede naam zwaarder weegt. Appellanten kunnen niet aannemlijk maken dat de gemeente misbruik maakt van haar wettelijke bevoegdheden door appellanten zonder goede reden stelselmatig te controleren.
De grieven slagen niet, vonnis wordt bekrachtigd en aangevuld met veroordeling dat appellanten zich dient te onthouden van het doen van uitlatingen inhoudende dat geïntimeerde in 2011 tijdens een gesprek in het gemeentehuis Tilburg heeft aangerand, dan wel anderszins onheus heeft bejegend op een wijze die in het maatschappelijk verkeer als onbetamelijk moeten worden aangemerkt. Hoofdelijke proceskostenveroordeling voor appellanten: € 2.782