Rechtbank Limburg was bevoegd om over contractuele kwestie rondom octrooi te oordelen
10-09-2025 Print this page
Het hof oordeelde dat de rechtbank Limburg bevoegd was, ook al betrof de zaak deels een octrooi, omdat het geschil primair contractueel van aard was over nakoming en ontbinding. Teruglevering van het octrooi maakte het geen zelfstandige octrooizaak. De vordering van [geïntimeerde 2] was opeisbaar, tegenvorderingen van [appellant] faalden, en uit de curatoradministratie bleek dat [appellant] haar schuldeisers niet kon voldoen. Het faillissement werd bekrachtigd, proceskostenverzoek afgewezen.
OCTROOIRECHT - ONTBINDING
In hoger beroep voerde [appellant] aan dat de rechtbank Limburg niet bevoegd was, omdat het feitelijk ging om een vordering tot teruglevering van een octrooi en dus alleen de rechtbank Den Haag zou mogen oordelen. Daarnaast stelde zij dat de vordering inhoudelijk ondeugdelijk was en dat zij zelf hogere tegenvorderingen had. Het hof verwierp deze argumenten. Volgens het hof betrof het geschil in de kern een contractuele kwestie over de nakoming en ontbinding van een overeenkomst, ook al was daarin een octrooi betrokken.
Dat de ontbinding tot gevolg had dat het octrooi weer aan [geïntimeerde 2] moest worden teruggeleverd, maakt dit volgens het hof nog niet tot een zelfstandige octrooizaak in de zin van de Rijksoctrooiwet. Ex 83 ROW was de rechtbank Limburg daarom bevoegd.
Het hof oordeelde verder dat de vordering van [geïntimeerde 2] gebaseerd was op een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis en dus opeisbaar was. De gestelde tegenvorderingen van [appellant] waren onvoldoende onderbouwd en konden niet tot verrekening leiden. Uit de administratie van de curator bleek bovendien dat er meerdere schuldeisers waren en dat [appellant] geen middelen had om hen te voldoen. Het hof bekrachtigde daarom het faillissement en wees het verzoek om volledige proceskostenveroordeling af.