Citaten buurtbewoners niet onrechtmatig tegen over verdachte steekpartij

12-08-2025 Print this page
IEPT20250528, Rb Amsterdam, Jeroen Arbouw v Mediahuis

Arbouw maakte bezwaar tegen drie artikelen in het Leidsch Dagblad (maart-april 2024) over een steekincident waarbij hij verdachte is en over spanningen met buurtgenoten. Zijn volledige naam werd genoemd. De rechtbank weegt zijn recht op eer en goede naam af tegen de persvrijheid. Omdat citaten duidelijk als meningen van buurtbewoners zijn gepresenteerd en de krant redactionele vrijheid heeft, inclusief enige overdrijving zoals ‘straatterreur’, zijn de publicaties zorgvuldig en niet onrechtmatig bevonden.

 

PUBLICATIES

 

Arbouw maakt bezwaar tegen artikelen die in maart en april 2024 in Leidsch Dagblad zijn verschenen. De artikelen gaan over een steekincident dat op 27 maart 2024 heeft plaatsgevonden, waarbij Arbouw verdachte is en over spanningen tussen Arbouw en zijn buurtgenoten. Hierbij is de volledige naam van Arbouw genoemd.


Op 30 maart 2024 heeft Leidsch Dagblad een artikel gepubliceerd met (in de papieren versie) de titel: “‘Straaterreur’ Voorzitter Bruisend Noordwijk in opspraak door steekincident ‘Er moet een vuistdik dossier van hem liggen’” en (in de online versie) de titel: “Kopstuk Bruisend Noordwijk in de cel door steekincident. Buurt siddert onder zijn ‘straatterreur’. Er moet een vuistdik dossier van hem liggen’. Dit artikel gaat kort samengevat over het steekincident dat op 27 maart 2024 heeft plaatsgevonden, het feit dat Arbouw verdachte is en de spanningen tussen Arbouw en zijn buurtgenoten.
 

Op 3 april 2024 heeft het Leidsch Dagblad een vervolgartikel gepubliceerd met de titel: “Buurtgenoten van vastzittend kopstuk Bruisend Noordwijk willen dat burgermeester ingrijpt. ‘Mensen zijn bang voor wat hij gaat doen als hij vrij komt’”. Zij belicht de kant van de buurtgenoten.
 

Op 12 april 2024 heeft het Leidsch Dagblad een artikel gepubliceerd met de titel: “Voorzitter Bruisend Noordwijk wordt verdacht van poging tot doodslag, OM gaat in beroep tegen zijn vrijlating”. Dit artikel gaat over de vervolging van Arbouw.


Om te kunnen beoordelen of de publicaties in het Leidsch Dagblad onrechtmatig zijn maakt de rechtbank een afweging tussen de vrijheid van meningsuiting van het Leidsch Dagblad en het recht op eer en goede naam van Arbouw. De rechtbank geeft geen oordeel over de feitelijke gang van zaken, met andere woorden of het waar is wat het Leidsch Dagblad in haar artikelen heeft geschreven. Leidsch Dagblad hoeft niet haar uitingen in de artikelen te bewijzen, maar moet onderbouwen dat haar uitingen voldoende steun vinden in bewijsmateriaal dat zij toen voor handen had.

 

Bij al deze uitingen is namelijk in het artikel vermeld dat het een verklaring van een buurtbewoner gaat en niet een door Leidsch Dagblad gepresenteerd feit. Media hebben redactionele vrijheid om hun publicaties vorm te geven en onderzoeksresultaten naar eigen inzicht te presenteren. Zij mogen kiezen welke informatie wordt opgenomen en enige overdrijving toepassen. Zo is het gebruik van het woord ‘straatterreur’ in een kop toegestaan, evenals een ongenuanceerdere formulering om de aandacht van het publiek te trekken.

 

De conclusie van het vonnis is het Leidsch Dagblad dat had en dat de artikelen op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. De artikelen zijn niet onrechtmatig.

 


ECLI:NL:RBAMS:2025:4459